...

Langwerkende injecties: wat is de mening van de patiënten?De CARLOS-studie is een Duitse prospectieve, multicentrische, niet-interventionele studie uitgaande van de medische dossiers van 351 patiënten aan wie werd voorgesteld de orale drievoudige combinatietherapie te vervangen door injecties van cabotegravir-rilpivirine LA om de twee maanden.De patiënten waren gemiddeld 42 jaar oud. 95% was bij de geboorte van het mannelijke geslacht. De frequentste comorbiditeiten waren psychische problemen (41%) en metabole ziektes (27%). Voor de verandering van het behandelingsschema hadden de patiënten aangegeven dat ze bang waren dat ze de inname van de medicatie soms zouden vergeten en dat anderen te weten zouden komen dat ze seropositief waren. De dagelijkse inname van de antiretrovirale behandeling had voorts een niet-onbelangrijke psychische invloed. Dat herinnerde hen er constant aan dat ze hiv-positief waren, en een aantal van die patiënten had het daar erg moeilijk mee.Om de tevredenheid over de behandeling na overschakeling op injecties te evalueren, hebben de vorsers de patiënten gevraagd de HIVTSQs (HIV Treatment Satisfaction Questionnaire status version) in te vullen bij inclusie in de studie en zes maanden later.Patiënten tevreden en opgeluchtDe patiënten waren zeer tevreden met de nieuwe behandeling: de score op de HIVTSQs was na zes maanden behandeling met zes punten verbeterd (van 54,9 naar 60,9). Dat was vooral te danken aan het feit dat de injecteerbare behandeling als eenvoudig en praktisch werd ervaren en beter aansloot bij de levenswijze van de patiënten. 99% van de patiënten heeft dan ook te kennen gegeven dat ze de injecties van cabotegravir-rilpivirine LA zouden willen voortzetten.Om de twee maanden op spreekuur komen en daarvoor regelmatig wat tijd in het ziekenhuis moeten doorbrengen ervaren de patiënten niet als een corvee of een obstakel. De patiënten vonden dat zeer aanvaardbaar (86%) tot perfect aanvaardbaar (92%).Nadelen zijn de pijn en de last bij injectie (54%) en problemen bij de planning van vakanties en/of verplaatsingen voor beroepsdoeleinden (17%). Ref.: Scherzer J. et al. E-poster E3, Track E, IAS 2023, Brisbane.