De studies GEMINI 1 en 2 (starten van de behandeling) en TANGO (overschakeling) hebben aangetoond dat de combinatie dolutegravir/lamivudine virologisch even doeltreffend is als de klassieke drievoudige combinatietherapie en goed wordt verdragen. Maar om de artsen en vooral de patiënten ervan te overtuigen over te schakelen van hun beproefde drievoudige combinatietherapie, waar ze veel vertrouwen in hebben, op een 2DR, zijn andere argumenten nodig, bijvoorbeeld mogelijke gunstige effecten op het gewicht en de serumlipiden.

De Spaanse DOLAM-studie heeft een klassieke drievoudige combinatietherapie vergeleken met een tweevoudige combinatietherapie bestaande in dolutegravir en lamivudine als onderhoudstherapie. De studie bevestigt de werkzaamheid twee jaar na overschakeling op dolutegravir plus lamivudine. Interessant om te vermelden is verder dat de studie enkel patiënten heeft gerekruteerd met een profiel dat beantwoordde aan de internationale richtlijnen voor overschakeling op een 2DR-schema.

Op het virtuele congres van de IAS heeft dr. Rebecca Zash (Harvard Medical School) een update gepresenteerd van de gegevens van de Tsempo-studie. Die studie volgt de prevalentie van stoornissen van de sluiting van de neurale buis bij kinderen van hiv-geïnfecteerde vrouwen die bij de bevruchting of tijdens de zwangerschap een antiretrovirale behandeling kregen op basis van dolutegravir. De prevalentie blijkt te dalen, wat de wetenschappelijke gemeenschap nog meer zou moeten geruststellen. Je moet de tijd altijd wat tijd geven.

Er zijn almaar meer klinische en epidemiologische aanwijzingen dat seksueel overdraagbare aandoeningen correleren met mislukken van PrEP en dus een belangrijke oorzaak van seroconversie zijn. Een analyse van de gegevens die werden verzameld tijdens de Franse IPERGAY-studie, geeft informatie over seksueel overdraagbare aandoeningen bij patiënten tijdens PrEP en het profiel van de patiënten die het hoogste risico lopen. Die gegevens zijn belangrijk om een nieuwe screening- en follow-upstrategie uit te stippelen zodat de efficiëntie van PrEP kan verbeterd worden.

De tussentijdse resultaten van de HPTN-083-studie, die op het virtuele congres van de IAS (International AIDS Society) werden gepresenteerd, zijn een belangrijke opsteker voor PrEP. In die studie verlaagde PrEP in de vorm van een tweemaandelijkse injectie van cabotegravir de jaarlijkse incidentie van seroconversie met 66%. Dat was niet alleen niet minder goed dan, maar statistisch zelfs beter dan met een klassieke PrEP met emtricitabine (FTC) en TDF per os.

Een studie die een langwerkende injecteerbare vorm van PrEP op basis van cabotegravir onderzoekt, werd voortijdig stopgezet omdat dat preparaat veel effectiever blijkt te zijn dan de klassieke PrEP, een combinatie van TDF en emtricitabine per os 1x/d. Het tijdschrift Science heeft het bericht enthousiast onthaald: "Cabotegravir is zeker geen vaccin tegen het hiv, maar is wat momenteel een vaccin toch het sterkst benadert."

Chemseks, het gebruik van 'recreatieve' drugs met het oog op almaar intensere gewaarwordingen en prestaties bij geslachtsgemeenschap, neemt almaar toe bij mannen die seks hebben met mannen (MSM), volgens een longitudinale analyse van 11 jaar uitgevoerd bij de patiënten die hadden deelgenomen aan het Zwitserse cohortonderzoek SHCS (Swiss HIV Cohort Study). Nog veel verontrustender is echter dat ook de frequentie van risicogedrag, seksueel overdraagbare aandoeningen, hepatitis en zware depressie als gevolg van seksuele spelen gevaarlijk stijgt.

Ongeveer 25% van de hiv-patiënten met een normaal lichaamsgewicht vertoont een niet-alcoholische leververvetting (NAFLD), volgens een studie die Italiaanse en Canadese vorsers hebben uitgevoerd en die online werd gepubliceerd in het tijdschrift Clinical Infectious Diseases .

Mannen die geslachtsgemeenschap hebben met andere mannen (homo- of biseksuele mannen), zijn een belangrijke bron van hiv-infectie. In Amsterdam werd een nieuwe behandelingsstrategie op touw gezet om overdracht van het virus tegen te gaan. Bij patiënten met een acute hiv-infectie wordt de diagnose snel gesteld en wordt diezelfde dag nog een behandeling gestart. Onlangs werd in het tijdschrift Clinical Infectious Diseases een studie gepubliceerd die een eerste (positief) beeld schetst van die werkwijze.

In recente studies bij hiv-geïnfecteerde patiënten werden minder bijwerkingen op de nieren en het bot waargenomen na overschakeling van een antiretrovirale behandeling met TDF op een schema met TAF, maar stegen de serumlipiden. De recente Ierse studie, die online werd gepubliceerd op de website van het tijdschrift AIDS, heeft het effect van overschakeling van TDF op TAF op de serumlipiden geanalyseerd in het reële leven.

Volgens een nieuwe analyse van de gegevens van de ACTG A5257-studie, die onlangs online werd gepubliceerd in het tijdschrift Clinical Infectious Diseases, gaan de structurele veranderingen van het vetweefsel die worden veroorzaakt door bepaalde antiretrovirale middelen, gepaard met meer ontsteking, stoornissen van de serumlipiden en insulineresistentie. Die laatste kunnen negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid van hiv-geïnfecteerde patiënten, ongeacht de mate van gewichtstoename.

De auteurs hebben de literatuur van de laatste tien jaar uitgepluisd en een meta-analyse uitgevoerd waarin ze een uitgebreid beeld schetsen van HBV-hiv-co-infectie. Een infectie met beide virussen vormt een zware belasting voor de patiënten. De auteurs hebben ook gekeken welke landen en populaties het meest werden getroffen om op grond daarvan de preventie, de screening en de behandeling beter te richten.

Het zijn vreemde tijden. De wetenschappelijke en klinische actualiteit wordt nagenoeg volledig in beslag genomen door informatie over covid-19, terwijl er veel minder wordt gepubliceerd over hiv. De redactie heeft daarom beslist om de belangrijkste gegevens samen te vatten die werden gepresenteerd op de laatste CROI 2020, een weliswaar virtueel congres, dat echter altijd een schat aan informatie oplevert over een andere grote pandemie, die de planeet nu al 40 jaar bedreigt: hiv-infectie.

De meeste hiv-geïnfecteerde patiënten die worden behandeld met antiretrovirale middelen, leven nu nagenoeg even lang als de hiv-negatieve bevolking. Er wordt daarom veel onderzoek verricht naar de veroudering bij hiv-geïnfecteerde patiënten. Hoe kan de levenskwaliteit van die patiënten het best worden gevrijwaard?

Bij analyse van een groot aantal patiënten dat in New York op een spoedafdeling werd opgenomen en behandeld in het kader van de huidige covid-19-pandemie, blijkt dat slechts 0,8% van die patiënten hiv-positief was. Dat cijfer lijkt te bevestigen dat een hiv-infectie op zichzelf geen risicofactor voor infectie met het nieuwe coronavirus is. De prevalentie van hiv-infectie in de bevolking van New York is immers ongeveer 1,5%. De studie bevestigt wel dat hypertensie, obesitas en diabetes de belangrijkste risicofactoren zijn.