Bij een recente Britse onlinepeiling bij patiënten die PrEP gebruikten, zei bijna 10% van de patiënten dat ze zelf antibiotica innamen om seksueel overdraagbare aandoeningen te voorkomen. Dat roept toch vragen op wat het risico op optreden van resistentie tegen antibiotica betreft.

Een groep vorsers van de Universiteit van Modena heeft op het einde van de lockdownperiode in Italië een studie uitgevoerd, waarin geen statistisch significant verschil in het percentage SARS-CoV-2-infectie werd vastgesteld tussen hiv-geïnfecteerde patiënten en de algemene seronegatieve bevolking. Verontrustend is wel de sterke stijging van het aantal virale blips. Dat wijst immers op een minder goede therapietrouw of op problemen bij de aanschaf van antiretrovirale middelen wegens de zeer strikte lockdown in Italië.

Op het 'HIV Glasgow 2020'-congres werden de resultaten gepresenteerd van een fase 3-studie met een nieuw experimenteel geconjugeerd pneumokokkenvaccin dat een bredere dekking biedt tegen pneumokokken: naast de gebruikelijke 13 serotypes bevat het nieuwe vaccin ook de serotypes 22F en 33F, die ook ernstige pneumokokkeninfecties kunnen veroorzaken.

Bij een ramp is het ordewoord 'vrouwen en kinderen eerst'. Maar in het kader van de hiv-epidemie, toch ook een ramp, is het ordewoord veeleer: "Vrouwen en kinderen, dat zien we later wel." Maar daar begint verandering in te komen.

Een interessante post-hocanalyse van de studies ATLAS, FLAIR en ATLAS-2M leert dat het bestaan van een mutatie die resistentie opwekt tegen rilpivirine, bij inclusie in de studie een van de belangrijkste oorzaken van virologische mislukking is bij toediening van de injecteerbare combinatie cabotegravir/rilpivirine LA. Vandaar het belang van genotypering voor opsporing van resistentie voor het starten van de behandeling.

Op elk groot congres over hiv worden de follow-upgegevens van de studies GEMINI 1&2 geüpdatet. Op het congres HIV Glasgow werden de resultaten na drie jaar gepresenteerd. Die bevestigen de non-inferioriteit van een tweevoudige combinatietherapie met dolutegravir en lamivudine als eerstelijnstherapie bij patiënten die nog geen behandeling hebben gekregen, ook als de viruslast hoger is dan 100.000 kopieën/ml.

Grote medische congressen gaat niet louter over fundamenteel en klinisch onderzoek. Er worden ook veel ethische, maatschappelijke en economische onderwerpen aangesneden. Het congres HIV Glasgow was geen uitzondering op die regel te oordelen naar de virtuele ronde tafel met dr. Catherine Orell (Desmond Tutu Health Foundation, Kaapstad), die een uiteenzetting heeft gegeven over een brandend actueel onderwerp: de ondervertegenwoordiging van vrouwen in klinische studies met geneesmiddelen tegen een hiv-infectie.

Op grond van de resultaten van de studies GEMINI 1&2 wordt een tweevoudige combinatietherapie met dolutegravir en lamivudine nu als eerstelijnstherapie aanbevolen bij patiënten die nog geen behandeling hebben gekregen. Er is echter nog twijfel over de effectiviteit van die tweevoudige combinatietherapie in het kader van een strategie waarbij de behandeling snel wordt gestart (test-and-treat). De eerste gegevens van de STAT-studie zijn evenwel geruststellend. Met een 'test-and-treat'-strategie worden hoogrisicopatiënten bij wie de diagnose pas werd gesteld, sneller behandeld, waardoor het risico op overdracht van het virus nog meer zal dalen.

Op het congres HIV Glasgow 2020 werden nieuwe gegevens gepresenteerd van de TANGO-studie. We onthouden vooral dat er tijdens een follow-up van 2 jaar geen enkele virologische mislukking werd geregistreerd (bij een per-protocolanalyse) met een tweevoudige combinatietherapie met dolutegravir en lamivudine als onderhoudstherapie. Artsen kunnen patiënten met een onmeetbaar lage viruslast sinds minstens 6 maanden zonder voorgeschiedenis van virologische mislukking of resistentiemutatie dus gerust overschakelen van een drievoudige combinatietherapie op basis van TAF naar de combinatie dolutegravir en lamivudine.

Na de fase van fundamenteel onderzoek en de klinische studies met de combinatie rilpivirine - cabotegravir, een injecteerbaar preparaat van antiretrovirale middelen waarvan de ontwikkeling het verst gevorderd is, heeft het CHMP een eerste gunstig advies gegeven. Het ziet er dus naar uit dat het preparaat zal worden goedgekeurd. Het gebeurt immers maar zelden dat de Commissie dat advies niet volgt.

De ontwikkeling van antiretrovirale middelen die niet dagelijks per os hoeven te worden ingenomen, is een van de grote thema's geweest op het congres HIV Glasgow 2020. Er werden meerdere interessante presentaties gegeven over het injecteerbare schema dat het verst gevorderd is, zijnde de combinatie cabotegravir en rilpivirine. Prof. Chloé Orkin (Queen Mary's University Hospital, Londen) heeft de resultaten gepresenteerd van een extensiefase van de FLAIR-studie. Die leert dat de combinatie cabotegravir en rilpivirine doeltreffend is zowel als de behandeling meteen met het injecteerbare preparaat wordt gestart, als bij starten van de injecties na perorale inname gedurende 4 weken.

Een groep Russische epidemiologen heeft op het virtuele congres HIV Glasgow 2020 een zeer interessante studie gepresenteerd waarin ze een gedetailleerd beeld schetsen van hpv-infectie. De prevalentie van oncogene hpv-subtypes blijkt zeer hoog te zijn en hangt samen met de seksuele praktijken en de hiv-status.

De vakantie is een periode van zorgeloosheid. Door middel van een in de tijd beperkte PrEP kan het risico op overdracht van het virus tussen seksuele partners worden vermeden, zoals blijkt uit een Amerikaanse studie uitgevoerd bij een klein aantal vakantiegangers. Maar de belangrijkste vaststelling van de studie is dat 71% van de deelnemers de wens heeft geuit om de PrEP verder in te nemen na de proefperiode in de zomer. "Proberen staat gelijk met aannemen" en dat is nog beter.

In het tijdschrift American Journal of Transplantation werd een verkennende, Amerikaanse, observationele, multicentrische studie uitgevoerd in het reële leven gepubliceerd. Volgens die studie is transplantatie van een nier van een hiv-geïnfecteerde donor bij een hiv-geïnfecteerde ontvanger haalbaar en zijn de overleving van de patiënt en de overleving van het transplantaat even goed als na een klassieke transplantatie tussen een hiv-negatieve donor en een hiv-positieve ontvanger. Hiv-geïnfecteerde patiënten blijken minder toegang te hebben tot transplantatie en vertonen een hogere sterfte op de wachtlijst. Tegen die achtergrond zijn die nieuwe gegevens dus hoopgevend en kan het probleem misschien uit de wereld worden geholpen.

Volgens een analyse van het Franse cohortonderzoek HEPAVIH, die werd uitgevoerd door vorsers van de Universiteit van Bordeaux en op het virtuele International Liver Congress (ILC) werd gepresenteerd, lopen hiv-patiënten die tevens geïnfecteerd zijn met het hepatitis C-virus, geen hoger risico op levercomplicaties of overlijden als gevolg van een leverziekte na behandeling van hepatitis C met direct werkende antivirale middelen.