...

Deze 'proof-of-concept'-studie leert dat indirecte genetische effecten, de effecten van het genotype van een individu op het fenotype van andere individuen, belangrijk kunnen zijn bij de mens. Het zijn omgevingsgebonden factoren die samenhangen met ziekte bij de mens en de variatie van complexe persoonlijkheidstrekken die beïnvloed worden door de variatie van meerdere genen.Vorsers van de Universiteit van Edinburgh hebben de gegevens (genoom, gezondheid en levensgewoontes) geanalyseerd van 80 889 heteroseksuele koppels van Europese herkomst die geregistreerd zijn in de UK Biobank. Ze hebben 105 complexe kenmerken geanalyseerd zoals de lichaamslengte, het rookgedrag en de vatbaarheid voor stemmingsschommelingen.Met een statistisch model hebben ze vastgesteld dat ongeveer 50% van die kenmerken van de individuen in zekere mate correleerde met het genoom van de partner. Met andere woorden, zo kan de indirecte erfelijkheid van de partner geraamd worden.Ongeveer de helft van de correlaties die ze hebben gevonden, schrijven de wetenschappers toe aan een assortatieve koppeling, aan het feit dat koppels elkaar kiezen omdat ze al een aantal punten gemeen hadden. Zo zal bijvoorbeeld een grote vrouw vaak een grote man kiezen, zonder dat er sprake is van genetische invloed. Maar volgens een follow-upanalyse zo minstens 25% van de correlaties echt toe te schrijven zijn aan indirecte genetische effecten op allerhande kenmerken waaronder voedingskenmerken, geestelijke gezondheid en ziekte. Het genotype van een gegeven persoon heeft dus een detecteerbaar effect op het fenotype van een andere.In tegenstelling tot directe genetische effecten, die bij een gegeven persoon de invloed van zijn eigen genen op zijn fenotype weerspiegelen, zijn indirecte genetische effecten een vorm van beïnvloeding door omgevingsfactoren. De omgeving die gelinkt is aan complexe kenmerken, wordt gedeeltelijk verklaard door het genotype van andere individuen.Deze studie bevestigt andermaal de complexe relaties tussen het genotype en het fenotype. Dat wijst erop dat moet gezocht worden naar nieuwe manieren om de omgeving te onderzoeken.(referentie: Nature Human Behaviour, 14 december 2020, doi: 10.1038/s41562-020-00991-9)