...

Na 52 weken was het percentage patiënten in klinische remissie inderdaad hoger met vedolizumab (120/383, 31,3%) dan met adalimumab (87/386, 22,5%) (p = 0,006). Ook de resultaten over het secundaire eindpunt endoscopische verbetering (endoscopische subscore ≤ 1) na 52 weken waren beter met vedolizumab: respectievelijk 152/383 patiënten (39,7%) en 107/386 (27,7%) (p < 0,001).Vedolizumab had echter geen sterker effect op het tweede secundair eindpunt, namelijk het aantal patiënten in klinische remissie waarbij de corticosteroïden volledig waren gestaakt: respectievelijk 14/111 patiënten (12,6%) en 26/119 (21,8%).De auteurs van een begeleidende redactioneel commentaar schrijven: "In de VARSITY-studie, die werd gefinancierd door de fabrikant van vedolizumab (Takeda), mochten patiënten worden opgenomen die al een behandeling met een TNF-alfa-antagonist hadden gekregen (hoewel niet meer dan 25% van het totale aantal patiënten). Ook werd de dosering in de twee behandelingsgroepen niet geleidelijk verhoogd (in de klinische praktijk wordt de dosering van adalimumab vaker verhoogd dan die van vedolizumab). Misschien heeft dat de resultaten vertekend in het voordeel van vedolizumab."BE Sands et al. N Engl J Med 2019; 381: 1215-26. https://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMoa1905725RJ Farrell et al. N Engl J Med 2019; 381: 1279-81. https://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMe1910742