Vorsers hebben een peiling uitgevoerd bij artsen en patiënten om na te gaan wat ze weten over de bijwerkingen van protonpompremmers, hoe ze aan die informatie komen en welke invloed dat heeft op het gedrag van de patiënten en de praktijkvoering van de artsen. Ze hebben daarvoor aan 277 volwassen patiënten en 83 artsen (67 eerstelijnsartsen en 16 specialisten) gevraagd om een vragenlijst in te vullen.

De maaglediging verloopt vaak trager bij cirrosepatiënten, en dat zou een gedeeltelijke verklaring kunnen zijn voor het feit dat ze vaak maag-darmproblemen hebben. Een Amerikaanse groep is uitgegaan van de hypothese dat maagretentie vaker voorkomt bij cirrosepatiënten en correleert met de ernst van de cirrose. Voedselretentie bij oesofagogastroduodenoscopie werd beschouwd als een teken van tragere maaglediging.

Pancreascysten worden meestal toevallig gediagnosticeerd tijdens een MRI of een CT-scan uitgevoerd om andere redenen. Naar schatting worden in bijna 40% van de gevallen pancreascysten ontdekt bij een MRI van het abdomen en die waarschijnlijkheid stijgt met de leeftijd.

Volgens artsen van het University College London kan je met een eenvoudige vragenlijst zeer gemakkelijk de eerste tekenen van slokdarmkanker opsporen bij patiënten met een barrettoesofagus.

Een Franse groep heeft een prospectief casus-controleonderzoek uitgevoerd om na te gaan of er een correlatie bestaat tussen een behandeling met protonpompremmers en het optreden van 'buikgriep' in de winterperiode, als er veel enterovirussen circuleren.

Obeticholzuur is een synthetisch galzuur dat gelijkt op chenodesoxicholzuur en dat een krachtige farnesoid X-receptoragonist is. De farnesoid X-receptor (FXR) maakt deel uit van een superfamilie van receptoren in de kern. Activering van die receptor verhoogt de gevoeligheid voor insuline, vermindert de neoglucogenese, de serumtriglyceriden en de synthese van galzuren en heeft in experimentele omstandigheden ontstekings- en fibroseremmende eigenschappen.

'Zuigelingenkolieken' komen zeer vaak voor: tot 25% van de zuigelingen tijdens de eerste drie levensmaanden. Het is een goedaardige aandoening, die spontaan geneest, maar die toch heel wat leed veroorzaakt bij de zuigelingen en waarschijnlijk nog meer bij de familie.

Volgens een nieuwe studie maken enige kinderen minder gezonde keuzes bij het eten en drinken en dreigen ze daardoor meer overgewicht of zwaarlijvigheid te ontwikkelen dan kinderen die opgroeien met broers en zussen.

Volgens een nieuwe studie bestaat er een verband tussen de samenstelling van de intestinale microbiota, de fysiologie van de slaap, het immuunsysteem en de cognitieve functies. Dat verband zou ons op het spoor kunnen zetten van mechanismen om via "manipulatie" van de intestinale microbiota de slaap te verbeteren.

Een brandend gevoel in de maag dat niet reageert op een protonpompremmer, is een frequent probleem, dat moeilijk op te lossen is. Volgens een gerandomiseerde, vergelijkende studie zijn de resultaten significant beter met een chirurgische dan met een medische behandeling, maar enkel bij zeer geselecteerde patiënten, maar dat is waarschijnlijk niet de essentiële boodschap van de studie.

Volgens sommige studies verhogen afwijkingen van de microbiële flora (microbiota) in het colon het risico op colorectale kanker bij de mens. Een Franse groep heeft een studie uitgevoerd om na te gaan waarom het risico stijgt.

Tijdens de recente United European Gastroenterology week (UEG week 2019) werd een studie gepresenteerd die de resistentie heeft onderzocht tegen antibiotica die worden gebruikt om een H. pylori-infectie te behandelen. H. pylori is een bacterie, die maagulcus, maagkanker en bepaalde lymfomen veroorzaakt.

In een studie die op het recente congres van de United European Gastroenterology (UEG week 2019) werd gepresenteerd, was het aantal patiënten met een chronische inflammatoire darmaandoening tweemaal hoger dan eerdere ramingen en ook het risico op colorectale kanker was bij die patiënten hoger dan wat eerder werd gedacht.

Door middel van RNA-sequencing van leverbiopten hebben Belgische en Nederlandse vorsers bij patiënten met een chronische hepatitis B of C die nog geen antivirale behandeling hadden gekregen, het eerste profiel van transcriptoom van de lever bepaald. Misschien kunnen op grond daarvan patiënten die later een hepatocellulair carcinoom dreigen te ontwikkelen, worden onderscheiden van patiënten die er geen zullen krijgen.