...

In Zuid-Korea zijn gevallen gepubliceerd van een nieuwe infectie bij mensen die al een sars-CoV-2-infectie hadden doorgemaakt. Dat deed vrezen dat de immuniteit na een sars-CoV-2-infectie nogal zwak zou zijn. Volgens meerdere studies produceren mensen met een sars-CoV-2-infectie die geen of weinig symptomen krijgen, minder antistoffen dan patiënten met een ernstige Covid-19 en zouden de antistoffen dan ook sneller verdwijnen. Een nieuwe studie van de University of Washington in Saint Louis maakt echter brandhout van dat idee.In tegenstelling tot wat meestal wordt gedacht, zou de daling van de antistoftiter tegen het sars-CoV-2 tijdens de eerste maanden na een infectie niet synoniem zijn met een daling van de immuniteit. Dat zou enkel betekenen dat de antistoffen uit het bloed verdwijnen, maar bij het minste alarmteken zouden plasmocyten met een lange levensduur in het beenmerg de productie van antistoffen weer aanzwengelen. Die plasmocyten vormen een kleine populatie van immuuncellen, die naar het beenmerg gemigreerd zijn en zich daar hebben gehuisvest. Ze scheiden voortdurend kleine hoeveelheden antistoffen in de bloedbaan af in afwachting van een nieuwe ontmoeting met het virus. De vorsers hebben bloedstalen onderzocht van 77 mensen die een sars-CoV-2-infectie hadden doorgemaakt. De meeste patiënten hadden maar weinig symptomen vertoond en slechts zes waren in het ziekenhuis opgenomen. Tijdens de eerste vier maanden na de infectie daalde de antistoftiter tegen het sars-CoV-2 snel. Van de 5e tot de 11e maand daalde de antistoftiter almaar trager en sommige antistoffen konden zelfs 11 maanden na de infectie nog worden gedetecteerd.De groep van Ali Ellebedy heeft bij 18 patiënten ook beenmergstalen afgenomen zeven tot acht maanden na de infectie en bij vijf van die patiënten opnieuw vier maanden later. De meeste van die patiënten hadden een lichte Covid-19 doorgemaakt. In 15 beenmergstalen werden plasmocyten teruggevonden die specifieke antistoffen vormden tegen het sars-CoV-2. Die antistoffen werden bij geen enkele van de 11 patiënten van de controlegroep (geen sars-CoV-2-infectie) teruggevonden. Die cellen werden ook teruggevonden in de vijf controlestalen die vier maanden later werden afgenomen. En in tegenstelling tot de daling van de andere antistoffen bleef de productie van antistoffen door de plasmacellen in het beenmerg stabiel. Het is dus het beenmerg dat moet worden onderzocht om de mate van bescherming te evalueren. "De cellen liggen er te 'slapen', maar eigenlijk 'wachten' ze gewoon om in actie te schieten in het beenmerg en blijven ze antistoffen afscheiden", commentarieert prof. Ali Ellebedy. "Volgens studies, die in de herfst van 2020 zijn gepubliceerd, daalt de antistoftiter na een infectie met het nieuwe coronavirus snel. De media hebben die daling geïnterpreteerd als een teken dat de immuniteit niet lang aanhoudt", vervolgt de immunoloog. "Dat is echter een slechte interpretatie van de gegevens. Het is normaal dat de antistoftiter daalt na een acute infectie, maar de titer daalt niet tot nul."De auteurs schrijven voorts dat ze niet weten of mensen die een ernstigere Covid-19 hebben doorgemaakt, even goed beschermd zullen zijn op lange termijn. Te veel ontsteking zou immers kunnen leiden tot een "gebrekkige" immuunrespons. Prof. Ellebedy et coll. willen nu nagaan of vaccins ook plasmocyten met een lange levensduur opwekken.(referentie: Nature, 24 mei 2021, doi: 10.1038/s41586-021-03647-4)