...

Ongeveer een jaar nadat het nieuwe coronavirus zijn wereldwijde opmars is begonnen, mag de vraag worden gesteld: "Waar loop je het virus op en op welke plaatsen is het risico op besmetting het hoogst?"Vorsers van de Universiteit van Stanford, USA, hebben die vraag proberen te beantwoorden door middel van een eenvoudig, maar toch precies computermodel, dat ze hebben opgesteld op grond van de demografische gegevens, epidemiologische ramingen en geanonimiseerde informatie over de plaats waar de mensen zich bevonden (informatie verzameld via smartphones van zowat 98 miljoen mensen in tien van de grootste Amerikaanse steden). Om het uur werd precieze informatie verzameld over hun verplaatsingen en de plaatsen waar de mensen naartoe zijn gegaan ("interessepunten"). De wetenschappers hebben vervolgens met hun model de evolutie van de epidemie van maart tot mei geanalyseerd toen de USA door de eerste golf werd getroffen. Hun model voorspelde de evolutie van de epidemie telkens beter dan oudere modellen.Na validering van hun theorie hebben de auteurs de plaatsen onder de loep genomen die het meest hadden bijgedragen tot de verspreiding van de Covid-19-pandemie. Eerste les, de overgrote meerderheid van besmettingen vindt plaats op een beperkt aantal interessepunten. Zoals te verwachten was, staan restaurants, fitnesszalen en cafés op kop in de rangschikking van de "superbesmettelijke plaatsen". Met andere woorden, gesloten ruimtes waar veel volk over de vloer komt.Tweede boodschap, de belangrijkste twee factoren die het risico op besmetting bepaalden, waren de tijd die in die ruimtes werd doorgebracht, en de bezetting. Er wordt niet gesproken van het dragen van een mondkapje en handhygiëne. Op het ogenblik dat de studie werd uitgevoerd in het begin van de eerste golf, was dat immers nog niet verplicht in de Verenigde Staten.Het Stanford-model voorspelt correct het hogere infectiepercentage in benadeelde raciale en sociaaleconomische groepen. Die mensen, die in de armste wijken woonden, hebben hun bewegingspatroon niet even sterk kunnen beperken, waarschijnlijk omdat er minder mogelijkheden tot telewerk waren (statistisch meer arbeiders). Nog een andere vaststelling: de interessepunten die zij bezochten, telden meer volk en het risico was er dus groter. Ze brachten met name meer tijd door in voedingswinkels. De studie leert voorts dat het risico op infectie bij aankopen in kruidenierszaken tweemaal hoger was bij niet-blanken dan bij blanken.Het model is nog niet optimaal doordat de gegevens in rusthuizen, scholen en ondernemingen om praktische redenen niet konden worden geïntegreerd, maar dankzij de identificatie van hoogrisicoplaatsen kan het model de gezondheidsautoriteiten en de beleidsmensen toch helpen om de lockdownmaatregelen met meer succes te versoepelen en een nieuwe golf te voorkomen. Het is immers belangrijk te zoeken naar een effectief en billijk evenwicht. Aan de hand van verschillende scenario's leert het model dat een beperking van de bezettingsgraad tot 20% van de maximale capaciteit het infectiepercentage met 80% zou verlagen. De ondernemingen zouden dan open kunnen blijven, waardoor de economische gevolgen veel minder ernstig zou zijn. Aangezien die plafonds over het algemeen enkel impact hebben op bezoeken tijdens de spitsuren, zouden restaurants bijvoorbeeld het verlies van cliënten kunnen beperken tot ongeveer 42%.(referentie: Nature, 10 november 2020, doi: 10.1038/s41586-020-2923-3)