...

Tijdens een mediane follow-up van 2,1 jaar zijn 798 patiënten overleden, van wie twee derde aan hart- en vaataandoeningen, vooral plotse dood (30,1% van de totale sterfte), zowel bij patiënten met een cardiovasculaire voorgeschiedenis als bij hoogrisicopatiënten (respectievelijk 44% en 52% van de cardiovasculaire sterfte), gevolgd door hartfalen (10,5% van de totale sterfte), CVA (7,3%), myocardinfarct (5,3%), overlijden als gevolg van een andere cardiovasculaire oorzaak of vermoeden van een cardiovasculaire doodsoorzaak (13,3%).Factoren die correleerden met cardiovasculaire sterfte, waren een voorgeschiedenis van hartfalen, een hogere leeftijd, albuminurie, perifeer arterieel lijden, een glomerulusfiltratiesnelheid ≤ 50 ml/min, een voorgeschiedenis van myocardinfarct, een hoog HbA1c-gehalte, een hoge hartfrequentie, het mannelijke geslacht en gebruik van insuline. Die patiënten lopen dus een hoger risico op overlijden aan hart- en vaataandoeningen en kunnen dus de meeste baat vinden bij een agressieve aanpak van de risicofactoren en de diabetes.Een derde van de diabetespatiënten sterft niet aan een hart- en vaataandoening. De belangrijkste doodsoorzaken bij die patiënten zijn kanker (13,9%) en infectie (9,3%). Bij inclusie in de SAVOR-TIMI 53-studie zijn meerdere biomarkers bepaald bij ongeveer 12.500 patiënten. Een verhoogd NT-proBNP-gehalte en een verhoogd hs-troponine T-gehalte voorspelden het overlijdensrisico ongeacht de doodsoorzaak beter dan de klinische variabelen.Cavallari I et al. J Am Coll Cardiol.2021; 77: 1837-40. https://www.jacc.org/doi/10.1016/j.jacc.2021.02.030