...

Sinds 1990, het jaar waarin werd gestart met peilingen naar het gebruik van olijfolie, is de gemiddelde consumptie van olijfolie gestegen van ongeveer 1,6 g/d naar ongeveer 4 g/d in 2010, terwijl de consumptie van margarine gedaald is van ongeveer 12 g/d naar ongeveer 4 g/d. De consumptie van andere vetstoffen is stabiel gebleven.Na een follow-up van 28 jaar zijn in het totaal 36 856 sterfgevallen geregistreerd. Na correctie voor demografische factoren en de levenswijze bedroeg de risicoverhouding (HR) van optreden van de onderstaande eindpunten in de groep met de hoogste consumptie van olijfolie (> 0,5 soeplepel/d of > 7 g/d) in vergelijking met de groep met de laagste consumptie (nooit of < 1 keer per maand):- HR van overlijden ongeacht de doodsoorzaak: 0,81 (95 % BI: 0,78-0,84), - HR van cardiovasculaire sterfte: 0,81 (95 % BI: 0,75-0,87), - HR van kankersterfte: 0,83 (95 % BI: 0,78-0,89), - HR van overlijden aan een neurodegeneratieve aandoening: 0,71 (95 % BI: 0,64-0,78)- HR van overlijden aan ademhalingsziekte: 0,82 (95 % BI: 0,72-0,93). Bij sensitiviteitsanalyses gecorrigeerd voor extra sociaaleconomische factoren bleven de verschillen overeind.Nogmaals, een correlatie wijst daarom nog niet op een oorzakelijk verband. Toch moeten we toegeven dat die gegevens de bestaande richtlijnen ondersteunen. De richtlijnen raden inderdaad aan meer olijfolie en andere niet-verzadigde plantaardige oliën te eten in plaats van andere vetten om de gezondheidstoestand en de levensverwachting te verbeteren.Naar M Guasch-Ferré et al. J Am Coll Cardiol. 2022; 79:101-12.