Bij een cardiorespiratoir arrest buiten het ziekenhuis moet je hartmassage en kunstmatige beademing toepassen. Je kan dat doen zonder materiaal, bijvoorbeeld door mond-op-mondbeademing, of met materiaal, vooral een manueel beademingstoestel en tracheale intubatie. Veel spoedgevallenartsen en intensive care-artsen geven de voorkeur aan die laatste methode.

Volgens een aantal observationele studies die de laatste jaren werden uitgevoerd, zou de overleving minder goed zijn na intubatie. Volgens andere studies zou een manueel beademingstoestel veiliger zijn en niet de complicaties van een intubatie veroorzaken. Tegen die achtergrond hebben Franse en Belgische onderzoekers van 20 spoedgevallendiensten de CAAM-studie uitgevoerd, een prospectieve, multicentrische, gerandomiseerde studie die manuele beademing heeft vergeleken met tracheale intubatie (controlegroep) bij 2.043 patiënten die een hartstilstand hadden gedaan buiten het ziekenhuis. Het primaire eindpunt was de overleving na 28 dagen met behoud van een goede werking van de hersenen.

De incidentie van het primaire eindpunt was identiek in de twee groepen: 4,2% bij manuele beademing en 4,3% na tracheale intubatie. Manuele beademing blijkt echter moeilijker te zijn en mislukt significant vaker (6,3% vs. 2,5%, p < 0,0001). Nog een derde slecht punt voor manuele beademing: duidelijk meer oprispingen en aspiratie van maaginhoud (14,9% vs. 7,7%, p < 0,0001). Conclusie, manuele kunstmatige beademing is niet efficiënter en is vooral minder veilig en gecompliceerder dan tracheale intubatie. Tracheale intubatie blijft dus de eerstelijnstherapie in geval van een hartstilstand buiten het ziekenhuis.

Ref.: Adnet F. Late Breaking Clinical Trials 3, ESC 2017, Barcelona, 28/08/2017.