...

Nochtans zijn er almaar meer aanwijzingen van een relatie tussen NAFLD, NASH en leverfibrose enerzijds en diabetes en obesitas anderzijds. Dat wordt nog bevestigd door een recente studie van de proefpersonen die hadden deelgenomen aan de Amerikaanse NHANES-studie van 2015-2016. In die studie hadden 834 deelnemers (21,7%) diabetes en 3.007 (78,3%) niet. De vorsers hebben de prevalentie van leververvetting en het percentage patiënten met een matig tot hoog of hoog risico op gevorderde fibrose geraamd.De prevalentie van vetlever steeg met de BMI en was effectief hoger bij de diabetespatiënten dan bij de mensen zonder diabetes (criterium United State Fatty Liver Index ≥ 30): 48,3% vs. 17,4% in geval van overgewicht en 79,9% vs. 57,6% in geval van obesitas (p in beide gevallen < 0,01).Het percentage mensen met een matig tot hoog risico op gevorderde leverfibrose was hoger bij de diabetespatiënten dan bij de deelnemers zonder significant risico (criterium fibrosis-4 index [FIB-4] ≥ 1,67: 31,8% vs. 20,1%; p < 0,05) en dat was ook zo in de groep met een hoog risico op gevorderde leverfibrose (FIB-4 ≥ 2,67: 7,1% vs. 3,8%).Het percentage zwaarlijvigen met een matig tot hoog risico of hoog risico op leverfibrose was respectievelijk 1,8 (p < 0,01) en 2,5 (p = 0,39) keer groter als ze diabetes hadden.Diabetes verhoogt het risico op leververvetting, maar de belangrijkste oorzaak is toch obesitas. Diabetes verhoogt echter het risico op gevorderde fibrose sterk. Het zou dus interessant zijn systematisch de FIB-4-score te berekenen bij diabetespatiënten.Barb D et al. Obesity. 2021; 29: 1950-60.https://doi.org/10.1002/oby.23263