...

In de MOBILE-studie was de glykemiecontrole bij patiënten met type 2-diabetes die werden behandeld met insuline, beter met continue glykemiemonitoring dan met een klassieke monitoring (nuchtere en postprandiale glykemie een tot drie keer per dag).Een Amerikaanse groep heeft de gegevens doorgenomen van een subgroep in die studie, meer bepaald 147 patiënten die enkel een basale insuline kregen (± andere antidiabetica) en die een C-peptide ≥ 0,5 ng/ml hadden (wat dus wees op residuele insulinesecretie). 100 patiënten waren gerandomiseerd naar continue monitoring en 47 naar klassieke monitoring.De eindpunten waren het HbA1c-gehalte en de tijd dat de glykemie binnen de streefwaarden lag (namelijk 70-180 mg/dl). Bij analyse van de verschillen tussen de groepen was continue monitoring op twee vlakken beter:Bij een andere analyse was de tijd dat de glykemie binnen de streefwaarden lag, hoger bij continue monitoring ongeacht het initiële HbA1c-gehalte: + 14% als het initiële HbA1c-gehalte ≥ 8,5% of 9% was, + 22% als het initiële HbA1c-gehalte ≥ 9,5% was en + 32% als dat ≥ 10,0% was.Volgens de studie verbetert continue glykemiemonitoring de glykemiecontrole bij type 2-diabetespatiënten die nog insuline produceren en behandeld worden met een basale insuline. De studie geeft ook een idee over wat te verwachten is bij een gegeven C-peptidespiegel volgens het initiële HbA1c-gehalte. Dat zou mogelijk gepaard kunnen gaan met een betere prognose.