In ongeveer een derde van de gevallen van ischemisch cerebrovasculair accident kan de oorzaak ervan niet worden achterhaald. Een paradoxale embolie door een open foramen ovale is een mogelijke oorzaak van cryptogeen CVA. De gerandomiseerde, gecontroleerde studies die sluiting van een open foramen ovale hebben vergeleken met een medische behandeling (plaatjesaggregatieremmer of anticoagulans), hebben evenwel tegenstrijdige resultaten opgeleverd.

Daarom hebben F. Fortuni (Turijn, Italië) en medewerkers een meta-analyse uitgevoerd op basis van acht gerandomiseerde, gecontroleerde studies bij in het totaal 4.114 patiënten. Ze zijn daarbij tot de conclusie gekomen dat het risico op cerebrovasculair recidief lager is na sluiting van een foramen ovale dan met een medische behandeling (relatief risico = 0,56; p = 0,001). Dat gunstige effect werd waargenomen met alle systemen voor sluiting van het foramen.

Na sluiting van een foramen ovale hebben de patiënten echter vaker een atriumfibrillatie of -flutter ontwikkeld (RR = 4,96; p < 0,00001). Die ritmestoornis blijkt echter van voorbijgaande aard te zijn en verdwijnt na enkele maanden. Het risico op atriumfibrillatie of -flutter bestaat met alle medische hulpmiddelen, maar zou volgens de observaties van F. Fortuni vrij marginaal zijn met het Amplatzer-systeem.

In de discussie na de presentatie werd vooral gesproken over de atriale ritmestoornissen die kunnen optreden na sluiting van een foramen ovale. Mogelijke verklaringen daarvoor zijn: fase van irritatie na plaatsing van het medische hulpmiddel, vooraf bestaande, miskende ritmestoornis, remodellering van de voorkamers ... Het is in elk geval belangrijk andere oorzaken van een cryptogeen CVA uit te sluiten voor wordt beslist om het foramen ovale te sluiten. Het panel vond overigens dat zou moeten worden nagegaan welke onderzoeken wenselijk zijn om het mechanisme van het ontstaan van atriale ritmestoornissen te ontrafelen.

Fortuni F et al. ESC 2018 annual meeting, abstract 1198 .