Volgens het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) blijft de GGZ het zorgenkind van de Belgische gezondheidszorg. Alle politieke partijen beamen in persoonlijk contact maar ook op het publieke forum dat de GGZ ondergefinancierd is en dat ook de efficiëntie van de financiering te wensen overlaat. Elke schrijnende getuigenis lokt verontwaardigde reacties uit. Iedereen laakt de lange wachttijden om aangepaste zorg te krijgen.

De recente gruwelijke moord op Julie Van Espen brengt ook het aspect veiligheid onder de aandacht. Mensen met een psychiatrische problematiek gaan niet vaak tot gewelddaden over; een klein percentage doet dit wel. Vroegdetectie en een goede zorg kan dit risico verkleinen, kan maken dat slecht functionerende en getraumatiseerde kinderen en jongeren vroegtijdig opgespoord, verzorgd en behandeld worden.

En er is een draagvlak voor: de VRT vermeldt bij de resultaten van haar laatste bevraging dat 56% van de Vlamingen schrik heeft om er psychisch onderdoor te gaan.

Elke politicus en elke politica zegt intussen ook dat het belangrijk is. Zoveel hebben we met de Staten-Generaal wel bereikt. Maar blijft dit zo, eens het regeerakkoord geschreven wordt? Of gaan economische principes weer zegevieren? Wordt eigen verantwoordelijkheid weer belangrijker dan solidariteit met wie kwetsbaar is?

Mag er eindelijk iets fundamenteel verschuiven of blijft het bij kleine acties in de marge?

Mag er eindelijk iets fundamenteel verschuiven of blijft het bij kleine acties in de marge? Wordt het geen tijd dat de slinger weer de andere richting uitgaat: dat men niet meer arm wordt door ziek te zijn, dat er voldoende geïnvesteerd wordt in de ambulante zorg zodat problemen in een vroeg stadium kunnen behandeld worden -- en niet alleen voor de kapitaalkrachtigen. Kan het beleid zich richten op de inclusie van mensen met een ernstige psychiatrische problematiek zodat zij kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven en er een volwaardige plaats in krijgen?

Ja, dat kost geld. Geld dat geïnvesteerd moet worden in preventie en in zorg. En neen, dat is geen bodemloze put. De gezondheidseconomen hebben berekend dat deze investeringen uiteindelijk lonend zijn. Een goede behandeling maakt dat mensen met een psychisch kwetsbaarheid weer beter gaan functioneren, weer kunnen bijdragen aan de maatschappij, zodat de samenleving er veiliger maar ook financieel beter van wordt.

De berekeningen tonen aan dat meer investeren in een kwalitatieve GGZ ook financieel winstgevend is. Dat kan de beleidsmakers stimuleren om van GGZ een prioriteit te maken. Maar eigenlijk zou dit argument niet nodig mogen zijn: de doelstelling van gezondheidszorg is immers niet het realiseren van financiële winst maar het verlenen van kwalitatieve zorg aan de kwetsbaren en de gekwetsten, zodat de maatschappij er als geheel beter van wordt.