Onlangs vond Wereldgezondheidsdag plaats, een dag waarop de wereld extra aandacht schenkt aan een goede gezondheid. Dezer jaren gaat de aandacht voornamelijk naar universal health coverage (UHC), ofwel universele ziekteverzekering. UHC, zoals we het in België mogen genoegen, is echter een uitzondering op de regel. Een grote meerderheid van de landen wereldwijd heeft geen nationale sociale ziekteverzekering, maar slechts dure privéverzekering of, in het geval van Guinee, geen enkele.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) werd op 7 april 1948 formeel opgericht, de dag waarop de eerste World Health Assembly (WHA) werd gehouden in Genève, Zwitserland. Ter ere hiervan werd vanaf 7 april 1950 jaarlijks een themadag rondom gezondheid gehouden, Wereldgezondheidsdag, jaarlijks met een ander centraal topic. In 2018 en wederom in 2019 neemt UHC de voorgrond, als prioriteit van de WHO tot 2030, en als Sustainable Development Goal (SDG) 3.8.

UHC is een conceptueel gezondheidssysteem waarin de bevolking van een land sociale ziekteverzekering geniet voor een meerderheid tot het geheel van de medische kosten. Landen voorzien dit op basis van hoge belastingen (bijvoorbeeld België en Canada), sociale bijdragen (bijvoorbeeld Japan), of algemene welvaart (bijvoorbeeld Singapore). Als een gevolg dragen patiënten niet de volledige kosten van, bijvoorbeeld, operaties of noodzakelijke beeldvormingen, dewelke zonder verzekering zeer hoog kunnen oplopen.

Een gebrek aan UHC kost velen wereldwijd letterlijk en figuurlijk het leven. 33 miljoen mensen vallen ieder jaar (verder) onder de armoedegrens door kosten voor levensreddende en noodzakelijke chirurgische zorg. Daarboven vallen 48 miljoen mensen onder de armoedegrens door niet-medische kosten opgelopen door de nood aan chirurgische zorg: transport naar het ziekenhuis, overnachting, voedsel, opportuniteitskost van niet te kunnen werken en inkomen te verkrijgen, en meer. Honderden miljoenen meer zoeken geen chirurgische of bredere medische zorg ondanks de nood, daar de kosten ondraaglijk zijn. Gevolg: levenslange handicap zonder ondersteuning of, in vele gevallen, onnodige dood.

Een gebrek aan universal health coverage kost velen wereldwijd letterlijk en figuurlijk het leven

Op 23 september 2019 vindt tijdens de United Nations General Assembly, de jaarlijkse bijeenkomst van de Verenigde Naties in het hoofdkwartier in New York, de High-Level Meeting on Universal Health Coverage plaats. Wereldleiders komen hier samen om een concreet pad voorwaarts te schetsen, waarbij er gebouwd wordt op de WHO's UHC2030 initiatief om UHC te bewerkstelligen in alle landen wereldwijd tegen 2030. Desalniettemin ontbreekt een chirurgische component nog steeds. Ironisch, gezien de zeldzame unanieme adoptie van de chirurgische Resolutie WHA68.15 "Strengthening emergency and essential surgical care and anaesthesia as a component of universal health coverage" in mei 2015.

De wereldwijde beweging naar Health for All bewerkstelligt impact als nooit tevoren, maar in een tijd waarin infecties niet langer bijdragen aan de voornaamste ziekte- en doodsoorzaken in ontwikkelingslanden, duiken voornamere prioriteiten op. Continue focus op gezondheidssysteemversterking in landen, waarbij alle lagen van de gezondheidszorg worden opgewaardeerd, is essentieel. Daarenboven vereist volledige coverage het behandelen van de voornaamste oorzaken van dood en fysieke beperkingen, waarbij chirurgie en urgentiezorg tientallen tot honderden miljoenen levens kunnen redden. Last but not least dienen landen investeringen in de nationale gezondheidszorg te verhogen, zij het door belastingen, innovatieve maatregelen, of steun van buitenaf.

De 70ste editie van de Wereldgezondheidsdag kon er eentje zijn om te vieren, daar de wereld grote stappen heeft gemaakt in het ontwikkelen van preventieve en curatieve ziekenzorg en het verhogen van levensverwachtingen wereldwijd. Het was er echter ook een om stil te staan bij de honderden miljoenen die wereldwijd in armoede geraken omdat ze noodzakelijke zorg vereisen. 2030 komt er aan binnen slechts 11 jaar; ieder land dient nu verantwoordelijk te worden gehouden voor diens inspanningen in eigen land en daar voorbij.