Onderzoek

Vandaag nog plande ik een MRI-scan: "Excuseer, twee maanden wachten". Maar als het niet om leven en dood gaat, kunnen we ons dat wachten permitteren. Meer nog: het geeft soms de kans op spontane genezing. Een beruchte term - ironie in ons beroep - de therapeutische wachtlijst. Minister De Block deed de controversiële uitspraak nog in een recent interview. We zijn soms te snel met het bieden van electieve behandelingen. Met het nodige geduld verdwijnen klachten in onze branche niet zelden. Zoals Voltaire stelde: "L'art de la médecine consiste à distraire le malade pendant que la nature le guérit."

In de handchirurgie geldt dat voor de meeste pols- en andere cysten, verstuikingen, vele ligamentaire letsels, tendinose en andere peespathologie, lichte neurocompressiebeelden en zelfs de hevige pijnepisodes bij artrose.

Afspraak

Ik hoorde gisteren een vriend klagen: "Afspraak dermatoloog, 4 maanden wachten." Dan denk je algauw: als dat maar niet om een melanoom gaat. Maar dan is er toch de eerstelijnszorg? Screening, gerichte verwijzing, persoonlijk contact tussen verwijzer en specialist, bereikbaarheid. Laten we bovendien die artificiële vertrager bij patiënt en zorgverlener niet vergeten: 'cherry picking'. Er zijn veel dermatologen, maar niet iedereen 'geniet' dezelfde wachtlijst. Wegens over- en onderbevraging, maar ook wegens agendaplanning. Niet iedereen heeft dezelfde bulldozeragenda.

Wachtzaal

Eens je die afspraakdatum bereikt hebt en de wachttijd hebt uitgezweet, geraak je fysiek in de wachtzaal. Die heet niet toevallig zo. Je kan geluk hebben, maar vaak ook niet en dan kampeer je er even. Artsenwerkdagen zitten overvol. Hoeveel patiënten dienen we te zien? Als orthopedist enorm veel: 30-100 per dag zijn klassieke aantallen. Noch prestatiegeneeskunde noch patiëntendruk laat een lagere dosis toe. Afgekruid met urgenties en onverwachte wendingen. Het perfecte recept voor wachtzaalhorror.

Thuis of in de wachtzaal: wachten is niet risicovrij

De beste digestieve is desgevallend informatie. Het ongewisse over een onverhoopte achterstand is immers de grootste 'frustrator'. Dus kan je beter duiden hoe lang je (weer) achter staat met een verklarend excuus als minimum van elementaire beleefdheid t.a.v. de patiënt die patiëntie nodig heeft. Met een toelichting voor de beste stuurlui aan wal: het is óf nog langer wachten thuis, of die paar uur wachtzaalrisico erbij nemen.

Thuis of in de wachtzaal: wachten is weliswaar niet risicovrij. In mijn beginjaren als aso klopte iemand aan de oude houten spoedgevallendeur: "Misschien moet die dame tegenover mij in de wachtzaal toch maar voorgaan." Ik ging mee kijken naar een ruim 80-jarige dame, 50% zwart verbrand met nog enkele omhoog piekende plukjes hoofdhaar. Ze verklaarde dat haar dochter haar was gaan inschrijven. De oven was in haar gezicht ontploft. De dame heeft dit - ondanks alle goede zorgen - niet overleefd. Triëren is dus de kunst. Op korte en lange termijn. Wachten zullen we. Zoals recent in het nieuws: zelfs op spoed brengen patiënten gemiddeld drie uur door. Spoedgevallendienst is immers geen sneldienst, een grote misvatting.

Dienst

Maar ook de dokter moet wachten. Hij wacht mee met de patiënt en dient evenzeer geduld te oefenen, zeker bij haast. Wanneer we iets willen verbeteren, moeten we wachten: op management, op subsidiëring, op IT. Bovendien zijn we ook nog eens beroepshalve 'van wacht'. Dat is onze verplichte eer. We wachten op de patiënt, 24 uur op 24. En aangezien we rendabel zijn, vullen we die potentiële wachttijden op met raadpleging, operaties, managementtaken en lesmomenten. Om bij een oproep de hectiek van het wachten zo mogelijk nog meer op te drijven.

Ik zocht in mijn vorige column naar een nieuwe naam voor 'geneeskunde': wachtkunde is een kanshebber. Het wachten is immers onomwonden verbonden met geneeskunde. Nuttig? Onvermijdelijk? Vooral dat laatste. Nu nog wat geduld vinden.