Recent kwam ik weer nadrukkelijk in aanraking met vaderlijke bejegening: ik werd namelijk (opnieuw) vader. Dus vaderlijke bejegening van mijnentwege was feitelijk niet zo vreemd. Maar de periode van 9 maanden voordien maakte ook dat ik, ongewild maar niet ongewenst, observator kon zijn bij de verschillende zwangerschapsconsultaties van mijn vrouw bij de vrouwelijke gynaecologe. Was er daar sprake van vaderlijke bejegening (of moet ik hier toch over moederlijke bejeging spreken?)

Het Ancien Regime van "Meneer Doktoor" moet toch eenvoudig zijn geweest: Er was een patiënt(e) waarvoor Meneer Doktoor werd geroepen. Hij, en vaak was het een hij, kwam wanneer hij het beliefde, zag en sprak het heilig woord/bevel dat vervolgens zonder enige tegenspraak werd opgevolgd door verpleegkundigen/vroedvrouwen (en vaak was het een zij) en patiënt(e). Wat er ook gebeurde, Meneer Doktoor had altijd gelijk. Veni, Vidi, Vici. Alles beslist in de bestwil van de patiënt(e) natuurlijk.

Als arts die dagelijks zelf op deze, soms slappe, koord danst, was het leerrijk om, als observator, een collega te zien dansen

In de hedendaagse tijd van de autonome, kritische en assertieve patiënt (of moet ik cliënt zeggen?) die graag volgens de Shared Decision Making-filosofie bejegend wilt worden (of een negatieve Yelp-evaluatie zal u eeuwig achtervolgen) maakt dat artsen wel eens in een moeilijke positie terecht kunnen komen. Wanneer 'zeggen' we wat patiënten moeten doen en wanneer 'zeggen' we wat patiënten kunnen doen?

Kies je voor een NIPT-test - hoewel voor de meeste mensen op voorhand amper in te schatten is wat je eigenlijk test, wat de prevalentiecijfers zijn en wat je met het resultaat zou doen of laat je de arts gewoon haar richtlijnen volgen? Ga je als patiënte vragen voor een bekkenmeting om de bevallingsopties in te schatten of laat je de dokter beslissen of je vaginaal of met keizersnede kan/moet bevallen? Kies je zelf of en welk soort verdoving je wil krijgen of zal de arts à la moment moeten kijken wat er voorhanden is en wat er mogelijk is?

Ondanks het adagium dat patiënten altijd al centraal hebben gestaan, staan patiënten steeds meer centraler dan voorheen en beslissen ze 'mee' met de arts wat er gaat gebeuren

Als expert hebben we namelijk kennis waar de patiënt (of is het nu toch cliënt?) niet over beschikt (dr. google desalniettemin incluis) waardoor ons zichtveld nu eenmaal breder en dieper reikt dan die van de patiënt. Dat is onveranderd gebleven. De aandacht voor de communicatie hieromtrent en de rol van de hulpverlener in het ziekteproces zelf is wel danig veranderd want het unieke zichtveld van de patiënt zelf is er eentje waar de arts nooit volledig zicht op zal hebben.

Ondanks het adagium dat patiënten altijd al centraal hebben gestaan, staan patiënten steeds meer centraler dan voorheen en beslissen ze 'mee' met de arts wat er gaat gebeuren. De keerzijde van deze medaille is dat de patiënt hierdoor ook mede verantwoordelijk wordt voor de keuzes die hij/zij heeft gemaakt waar vroeger de verantwoordelijk door het paternalisme ook bij 'de pater' lag. Zijn alle patiënten hier klaar voor, en wie beslist dat zij er klaar voor zijn: de artsen of de patiënten zelf?

In de kliniek vergt het opleiding en oefening en een continue afweging waar en wanneer een meer 'beperkende' houding meer tot zijn recht zou komen en wanneer een maar 'adviserende' houding van toepassing zou zijn.

Als arts die dagelijks zelf op deze, soms slappe, koord danst, was het leerrijk om, als observator, een collega te zien dansen. De ene keer zag ik een elegant ballet, een andere keer een eerder stroeve worsteling. Het blijft fascinerend om te zien dat na al die jaren studie en jaren ervaring, de mens zich steeds moet blijven aanpassen aan de nieuwe tijden, steeds moet blijven dansen.

Maar momenteel hou ik het op een vreugdedansje: Merlijn is geboren!

Voor alle Merlijns, ook de sterretjes.