...

Het zijn enkele bedenkingen van de Raad van Universitaire Ziekenhuizen van België (RUZB). Aanleiding is de hoorzitting in de Kamer over het wetsontwerp op de klinische ziekenhuisnetwerken. U leest daarover meer in Artsenkrant van vandaag.Op hun beurt zijn de zeven UZ's kritisch. Een eerste punt van kritiek is dat het netwerkinitiatief tot nu toe onvoldoende ondersteund wordt door een aangepaste financiering. "Nochtans is dat absoluut nodig voor de financiële stabiliteit en de begrotingsgarantie. Dat zijn voorwaarden om het wederzijds vertrouwen tussen de netwerkpartners te bevorderen", zo luidt het.Daarnaast vinden de UZ's dat hun universitaire functie het noodzakelijk maakt dat 70% van de artsen gesalarieerd zijn. "Het is primordiaal dat dit behouden blijft." Overigens wijzen ze ook op de structurele onderfinanciering van hun academische missie."Het finale doel van het wetsontwerp is de locoregionale samenwerking vorm te geven. Men streeft een verticale zorgintegratie na met organisatie van zorg door de eerste en tweede lijn rond de patiënt," aldus de RUZB. "Op het terrein streeft men echter vooral naar een economische samenwerking die tegemoet komt aan een businessmodel van status quo. Daarbij dient de patiënt als koopwaar. Deze evolutie is uiteraard niet in het belang van de patiënt en kan ook niet het finale doel zijn." Voorts meent de RUZB dat sommige supra-regionale functies zoals stamceltransplantaties, complexe radiotherapie enz. best gekoppeld worden aan een UZ. "Dat vergt een concentratie van expertise." Tot slot wijzen de universitaire ziekenhuizen nog op het statuut van de Medische Raad van het locoregionaal netwerk. "Het wetsontwerp voorziet dat alle beslissingen genomen worden in onderlinge overeenstemming tussen het beheer en de Medische Raad. Dat kan echter de concrete netwerking tegengaan," aldus de RUZB. "In de UZ's," stelt de raad, "maken de artsen deel uit van de raad van bestuur. Het gevolg is dat de medische raad zijn vetorecht quasi nooit gebruikt." De RUZB bepleit dan ook een governance model waarbij artsen deel uitmaken van de raad van bestuur. Eerder dan zich te moeten beroepen op bevoegdheden met verzwaard advies via de Medische Raad.