...

In 2008 maakten gynaecologen en huisartsen samen dubbel zoveel cervixuitstrijkjes als 10 jaar later. Dat jaar zat het aantal ergens tussen 1, 2 en 1,3 miljoen.Dat getal is wel inclusief uitstrijkjes voor de opvolging van een aandoening. Er waren in 2008 nog geen aparte nomenclatuurnummers voor uitstrijkjes met het oog op opsporing van een letsel en uitstrijkjes voor de follow-up van een aandoening of de behandeling. (*)Ook in 2008 maakten gynaecologen tien keer zoveel uitstrijkjes als huisartsen. Het aandeel van de huisartsen vertoonde al jaren een dalende trend.Sinds 2009 nam het aantal gemaakte uitstrijkjes sterk af. Er werd toen de beperking ingevoerd dat een uitstrijkje maar een keer om de twee jaar mocht worden uitgevoerd.In 2013 ging men nog een stap verder: een uitstrijkje voor screening kan sinds dat jaar maar een keer om de drie jaar worden afgenomen. Dat bracht het totale aantal uitstrijkjes met nog een paar 100.000 omlaag.De huisartsen leken hier iets minder onder te lijden: hun aandeel groeide aanvankelijk weer lichtjes van 8 à 9% normaal tot meer dan 11% van het totale aantal voor screening.Maar dat was van korte duur en in 2017 maakten huisartsen nog 45.496 en gynaecologen 470.267 cervicale uitstrijkjes met het oog op screening. Het aandeel van de huisartsen in het totale aantal bedroeg nog 8,79%. Het was, berekend tot twee cijfers na de komma, een historisch laagtepunt - nog nooit was het zo laag.In 2018 maakten huisartsen, zoals gezegd, 49.550 en de gynaecologen maakten er 502.312 om precies te zijn. Voor beide groepen samen waren dat 36.099 screeningsuitstrijkjes meer dan in 2017. Voor de gynaecologen was het het hoogste cijfer in drie jaar.Het aandeel van de huisartsen hield ten opzichte van 2017 stand - het kwam zelfs weer iets dichter bij de 9.00,%.Maar de vraag is of dit inderdaad een lichte ommekeer inzet, dan wel of dit ook een min of meer cyclisch fenomeen wordt wanneer vrouwen hoogstens pas na drie jaar opnieuw de test voor de screening laten verrichten.(*) Huisartsen maakten 6.425 cervixuitstrijkjes in 2018 met het oog op een diagnostische of therapeutische follow-up en gynaecologen maakten er 102.583. Bij huisartsen gaat dat aantal over de laatste vijf jaar neerwaarts, bij gynaecologen opwaarts.