Aangezien de wereld toch iets anders geëvolueerd is dan ik had verwacht, heb ik mij de voorbije decennia een geheel aparte typ-techniek eigen gemaakt. Met drie vingers, jawel: één links en twee rechterexemplaren en mijn blik strak op het toetsenbord gericht. Het ging vooruit, dat moet gezegd. Zin per zin dwaalden mijn ogen telkens even naar het scherm, om vervolgens minstens twee fouten te ontdekken, terug te keren naar de tekst, verbeteringen aan te brengen met dezelfde drie vingers en blik op toetsenbord. Een never-ending-story, naar de gelijknamige prachtige film, maar nu dwaal ik af. En al bij al toch niet zo efficiënt. Toegegeven.

De voorbije JCI-periode betekende wat dat betreft een kanteling: de extra berg administratieve taken die hierbij kwam kijken verlengden mijn al goed gevulde werkdagen nog een beetje meer. Mijn efficiëntieniveau was verder zoek dan ooit.

Op een mooie herfstdag vond ik de oplossing op een papiertje in de boekentas van mijn jongste. Een niet-nader-genoemde onderwijsinstelling was op zoek naar leerlingen die na de lessen nog een uurtje per week wilden investeren in typlessen. Dochterlief had met vriendinnetjes al beslist dat zij hun tijd wel beter konden besteden. En ze heeft een punt: de meeste avonden zijn reeds gevuld met huiswerk maken en lessen leren, met daarbovenop nog parascolaire aktiviteiten, waarvoor ook nog eens geoefend of gestudeerd moet worden.

Met goede moed begon ik op het werk aan het typen van mijn brieven en documenten met de befaamde tien-vinger kleurenmethode

Af en toe moet je je kinderen de kans geven om dezelfde fouten te maken als jezelf, maar deze fout zou daar toch niet bijzitten, nam ik mezelf voor. Ik heb mijn beste motivatiespeech ooit ten berde gebracht en na enkele mailtjes met drie vingers over en weer, werden zowel de dochter, vriendinnen als mama ingeschreven.

De tien weken die daarop volgden had ik toch lichtjes onderschat. Fysiek aanwezig zijn op de lessen bleek een utopie. Gelukkig was dat geen vereiste om de cursus tot een goed einde te brengen. Dagelijks oefenen, daarentegen, was dat wel. Zo bleek na een tijdje.

Mijn dochter vertoonde een nooit geëvenaarde ijver. Heeft ze duidelijk van de papa. Elke avond, zelfs op vrijdag, zaterdag en zondag nam ze plaats aan de keukentafel, zette ze de kruk op ideale typ-hoogte en begon ze eraan. De eerste week lukte mij dat ook nog, al was het meestal wat later. De weken daarna volgden de eerste forfaits: vergaderingen, privéraadpleging, voorbereidingen voor de boekhouder, noem maar op, tegen de zevende week werd er meer niet dan wel geoefend.

Dan maar proberen om van de nood een deugd te maken: met goede moed begon ik op het werk aan het typen van mijn brieven en documenten met de befaamde tien-vinger kleurenmethode... alleen hebben de klavieren op het werk geen kleuren maar lettertjes en bleek mijn befaamde drie-vingertechniek steeds opnieuw de overhand te nemen. Old habits die hard, het moet gezegd!

Maar de volhouder wint, dit eigenhandig getypte stukje tekst is daar het levende bewijs van en ik heb er al mijn vingers voor gebruikt, de ogen strak op het scherm gericht.