Je mag bij een vrijwillige opkomst geen gigantische participatie verwachten, maar het gebrek aan interesse en de dalende lijn in de opkomstpercentages over de laatste decennia, zijn schabouwelijk. Zeker omdat je zou verwachten dat hoogopgeleiden zeker met graagte hun mening verkondigen en dat verkiezingen daarvoor een hoogmis zouden moeten zijn.

Maar niet dus. Nochtans ging het érgens om en was de campagne fel. Kunnen we conclusies trekken uit de resultaten? Is er vooral voor het vrijwaren van het vrij beroep gekozen? Of tegen een nieuw financieringsmodel? Dat weten we niet. In het hoofd van de niet-stemmer kruipen, is allicht nog moeilijker dan in dat van de stemmer.

Je zou verwachten dat hoogopgeleiden zeker met graagte hun mening verkondigen en dat verkiezingen dus een hoogmis zijn

Misschien overheerst onverschilligheid. Een overheid die ondanks kritische noten vanwege de syndicaten toch haar wil oplegt (bv. laagvariabele zorg, ziekenhuisnetwerken). Of die een gelegenheidspartner ziet in een als syndicaat vermomde wetenschappelijke vereniging om bepaalde beslissingen door te drukken (praktijktoelage, e-health, ELZ).

Al in de tijd van gilden en ambachten domineerde scepsis tegenover de publieke overheid het denken en handelen van de vrije beroeper. Niet alleen bij de artsen, ook het gesprek met een advocaat of een (old school) apotheker zal al snel die richting opgaan.

Misschien wekt om die reden 'bundled payment' zoveel weerstand op. Ook al zijn er merites aan forfaitaire betaling, het gevoel het inkomen niet meer in eigen hand te hebben (zoals bij 'fee for service'), heeft me dunkt een grote impact.

Ook de praktijkvoorbeelden die er nu al zijn, stemmen niet vrolijk. Met GMD's kan nog steeds serieus gefoefeld worden (kost me al enkele jaren een paar honderden euro's) en tot een echte inschrijving in een praktijk is het zeker nog niet gekomen. Een groeiende praktijktoelage voor de huisarts lijkt dan weer aantrekkelijk maar is - horresco referens - gebaseerd op kreupele e-healthdiensten waardoor het snoepje uiteindelijk een bitter zoethoudertje wordt. Ook weet niemand of laagvariabele zorg in het ziekenhuis echt zo weinig variabel is dat je met een zelf te verdelen zak centen iedereen tevreden houdt (patiënt en arts).

Misschien overheerst onverschilligheid. Een overheid die ondanks kritische noten vanwege de syndicaten toch haar wil oplegt

Ten slotte vraag ik me af hoe de taken van de huisarts zullen evolueren wanneer de financiering de rol van 'chronic care management' nog meer benadrukt. Is er nog plaats voor acute zorg in onze praktijken, of leidt een afnemende financiële incentive er toe dat we allemaal om 18u sluiten en de patiënt met z'n acuut probleem ook in de week maar naar de wachtpost moet?

Misschien moeten de artsenverkiezingen ons één ding leren. Frontvorming door dialoog. De inhoudelijke expertise van de wetenschappelijke vereniging en het buikgevoel van de vrije beroeper vertalen in een representatief syndicalisme. En u, waarde niet-stemmende collega? U mag over vier jaar nog eens. Dat hopen we toch.