Temeer daar het relatieve aandeel van de overheid in het budget daalt. De input van de artsen compenseert dit deels, zij het minder uitgesproken dan vroeger. De sector wankelt. Enkel meer overheidsgeld biedt soelaas.

Of juist niet? De financiële kommer en kwel staat in schril contrast met de boodschap van voormalig Riziv-topambtenaar Ri De Ridder. Er moet niet meer maar juist (veel) minder geld naar de ziekenhuizen gaan. Om de zorg beter af te stemmen op de noden dringt een shift naar trans- en extramurale zorg zich op. De in financiële ademnood verkerende ziekenhuizen zullen het graag horen... Conceptueel twijfelt natuurlijk niemand: de al dan niet zieke mens staat centraal in de gezondheidszorg.

Het systeem is taai en revoluties zijn zeldzaam

De (ook ideologisch getinte) hamvraag luidt: hoe vul je dat concreet in? Bovendien, en om het met de gevleugelde woorden van Willem Elschot te zeggen: tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren. Er werken bijvoorbeeld niet minder dan 95.000 voltijds equivalente personeelsleden in de Belgische ziekenhuizen. In nogal wat regio's is het ziekenhuis de belangrijkste werkgever. Tel daarbij duizenden artsen en het is duidelijk dat een shift van twee miljard heel wat consequenties heeft.

De gemiddelde verblijfsduur daalt. Een evolutie in de juiste richting. Het is echter zoals met de herijking van de erelonen via het al dan niet indexeren van bepaalde disciplines. Het gaat langzaam, zeer langzaam. Ons overlegmodel biedt heel wat voordelen maar snelheid is daar niet bij. En dus is politieke actie vereist, iets wat minister De Block trouwens wel begrepen heeft. Maar ook dan: het systeem is taai en revoluties zijn zeldzaam.