Zenuwletsels zijn een klassiek voorbeeld: digitale zenuwen bevinden zich nu eenmaal binnen 'handbereik' van een verdwaalde mespunt of een schroevendraaier die zijn doel mist in handenarbeid. Helaas betekent dit niet zelden het begin van een lijdensweg met gevoelsverlies, pijn, stijfheid en een moeizame revalidatie met slepende arbeidsongeschiktheid en niet te onderschatten restletsel.

Peesletsels worden minder snel gemist. Maar ze blijven vaak onderbehandeld en nog erger, onvoldoende gerevalideerd. Een flexorpeesletsel is bijvoorbeeld een relatieve urgentie. Je krijgt maar één kans om een behoorlijk herstel te bewerkstelligen en ook maar één kans om na een perfecte en soliede chirurgische reconstructie onmiddellijk actief te oefenen begeleid door een gespecialiseerd handtherapeut.

Bij handtraumata, groot of klein, is er maar één gelegenheid op maximaal herstel

Als er ergens in zo'n zorglijn één schakel faalt - laattijdige behandeling, technisch imperfectie of inadequate oefentherapie - gaat de vingerfunctie verloren en trekt hij de ganse hand mee in zijn val...

Omgekeerd: fracturen worden eerder zelden gemist. Maar in plaats van onderbehandeld worden ze veelal overbehandeld. Langdurende gipsimmobilisaties en osteosynthese overshooting vanuit het gekende AO -rapje 'Alles Opereren', leiden tot onomkeerbare stijfheid en een verhoogd risico op ernstige complicaties zoals CRPS.

Drama's

Uiteraard zijn er ook die drama's waardoor elk arts zich in de haren wrijft: de hand die het vuurwerk iets te lang hanteerde, die afgerukt werd in de meest agressieve lintzaagmachine of herleid werd tot een vreemde schroothoop na een zwaar plettrauma. Bij deze drama's wordt al vaker gezocht naar een handchirurg, die zich zal beroepen op zijn verworven kennis en kunde voor het herstel van de beste handfunctie die nog mogelijk is.

Want bij handtraumata, groot of klein, is er maar één gelegenheid op maximaal herstel. De eerste behandeling moet de goede zijn. De juiste diagnose, beste indicatie, optimale strategie door nodige kennis en techniciteit zijn een vereiste om, met een topteam van geëngageerde mensen, het slachtoffer van een handletsel elke mogelijk kans te geven. Alleen zo kan hij of zij terugkeren naar het best mogelijke functionele, sociale en esthetische niveau.

Handwacht

En toch lijkt dit nog zo moeilijk te organiseren in België anno 2018. Uiteraard kost het de gezondheidszorg heel wat om wachtdiensten te organiseren, om revalidatie met toegewijde kinesisten mogelijk te maken, om alle nodige zorg te bieden. Maar dit loont: arbeidsongeschiktheid en restletsel minimaliseren zijn langetermijnvoordelen, die enige investering meer dan nuttig maken.

Er zijn voldoende handchirurgen in België. In elke generatie. Naast de oudere ervaren garde, superspecialiseren vandaag gelukkig ook heel wat jonge gemotiveerde chirurgen. We zien dezelfde evolutie in de kinesitherapie: sinds een tiental jaar groeit het aantal specialiserende handtherapeuten aanzienlijk. Dit weerspiegelt zich in een zichtbare verbetering van het revalidatieresultaat.

Geen enkele associatie is werkelijk groot genoeg om een handwacht te verzekeren met gespecialiseerde handchirurgen

Naast nodige investeringen in zorg, mensen en middelen, is er ook een organisatorisch deficit. Geen enkele associatie is werkelijk groot genoeg om voldoende mensen te voorzien om een handwacht te verzekeren met gespecialiseerde handchirurgen. Een open-minded samenwerking is dus dringend nodig.

Niet noodzakelijk enkel binnen de ziekenhuisnetwerken: tussen alle handspecialisten. Netwerking zoals al in Europa en mondiaal erkend en ideologisch gestimuleerd wordt door samenwerkende overkoepelende handverenigingen als FESSH, EFSHT, IFSSH en IFSHT.

Want enkel met een niet-aflatende focus op inzet en samenwerking tussen disciplines gespecialiseerd en geëngageerd in de handpathologie, kunnen we zorgen dat kennis, kunde en ervaring maximaal renderen. En zo de handpatiënt vrijwaren van een erger kwaad dan zijn handletsel zelf: het missen van zijn kans op een optimaal herstel.