Geen wearables of chatbots om iets betekenisvol te realiseren dus, maar simpelweg informatie op het web, vlot bereikbaar vanaf eender welke PC, laptop of smartphone.

Websites kunnen namelijk heel wat teweeg brengen, zowel in positieve als in negatieve richting. Berucht zijn bijvoorbeeld pro-ana sites: verzamelpunten voor tips & tricks, inspiratie en referenties naar andere sites en (hashtags op) sociale media die anorexia nervosa verheerlijken als levensstijl.

Ook op Dokter Google vertrouwen blijkt niet meteen aan te bevelen. Niet alleen is er heel veel onbetrouwbare informatie te vinden online, een recent doctoraatsonderzoek aan de VU Amsterdam toont ook een verband aan tussen online info opzoeken en je zorgen maken over je eigen gezondheid. Patiënten die bij aanvang niet excessief angstig waren, leken namelijk steeds angstiger te worden naarmate ze meer online gezondheidsinformatie opzochten.

Beroemd?

Als hulpverleners nu eens proactief zouden aangeven waar je online betrouwbare info kan vinden

Gelukkig zijn er ook positieve initiatieven en laat www.geestelijkgezondvlaanderen.be (kwestie van de link nog eens te herhalen) daar een uitstekend voorbeeld van zijn. Eind 2012, ondertussen bijna zes jaar geleden, lanceerde de VVGG, de Vlaamse Vereniging voor Geestelijke Gezondheid, deze portaalsite. Het doel? De Vlaamse bevolking wegwijs maken in onze complexe GGZ en daarnaast ook laagdrempelige informatie verstrekken rond courante psychische problemen.

Het Centrum voor Evidence-Based Medicine, CEBAM, draagt verder met www.gezondheidenwetenschap.be sinds 2013 een steentje bij. Ook hier enkel betrouwbare gezondheidsinfo: je vindt er niet alleen kritische analyses van soms iets minder kritisch, mediageniek gezondheidsnieuws, maar ook gepopulariseerde richtlijnen voor zorgverstrekkers, onder de noemer 'patiëntenrichtlijnen'.

Langere URL, kortere zoektocht

Dat we allen massaal online gezondheidsinfo opzoeken, daar bestaat ondertussen geen twijfel meer over. Dat het aanbod vaak dubieus is, helaas ook. Als hulpverleners echter proactief zelf aangeven waar er betrouwbare info te vinden is, kunnen we hopelijk veel misverstanden vermijden.

Natuurlijk zijn er nog meer betrouwbare en relevante websites dan de twee die hierboven worden aangehaald. Sowieso zijn beide echter wel een uitstekend vertrekpunt voor een patiënt om online op zoek te gaan. De webadressen zijn misschien net iets langer dan die van Google, maar de zoektocht naar correcte en relevante informatie, is er hopelijk wel een pak korter.