...

Het voorstel voor de Riziv-begroting 2019 haalde net niet het vereiste aantal stemmen op de Algemene Raad van het Riziv. Er waren 10 stemmen voor, 4 stemmen tegen en 6 onthoudingen. Een stemgerechtigd lid was aanwezig. Er zijn 11 stemmen nodig om de begroting goed te keuren.Dat meldt de beleidscel van minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken, Maggie De Block, in een persbericht. Maar volgens dokter Moens zou de begroting toch door de AR zijn afgewezen, ook als de afwezige persoon bijvoorbeeld toch nog een elfde stem vóór zou hebben uitgebracht."Er moet een meerderheid vóór zijn op alle banken, en de vijf stemgerechtigde leden van de regering hebben zich onthouden. Er was dus geen meerderheid op de regeringsbank, ook daardoor is het voorstel afgewezen", stipuleert hij.Patiënt centraal!Omdat er geen voorstel van het Riziv, is het nu aan de regering in lopende zaken om de begroting op te stellen. De beleidscel van de minister verantwoordt de onthouding omdat er heel wat onduidelijkheden in het voorstel zouden staan, en de opbrengst van bepaalde maatregelen te optimistisch zou zijn ingeschat. "Het Verzekeringscomité negeerde ook wettelijke bepalingen. Het verhoogde het begrotingsobjectief en schrapte de structurele blokkering terwijl het daar de bevoegdheid niet voor heeft", aldus het persbericht. Minister De Block geeft al reden voor de onthouding dat de Riziv-begroting de patiënt niet centraal zou zetten. "Dat moet je ook zien in de begroting, en dat was hier te weinig het geval: bijna alle nieuwe investeringen zouden naar structuren en zorginstellingen gaan, bijna geen enkele naar de patiënt zelf," zo citeert het persbericht van haar cel de minister.Hypocriet Marc Moens reageert zeer verontwaardigd op die bewering. Nergens geeft de minister aan hoe de begroting op dit vlak tekort zou schieten. "Dit is ongezien. Een regering die maar 37% van de bevolking vertegenwoordigt en die in lopende zaken zit, trekt hier het laken volledig naar zich toe." Het voorstel van het Verzekeringscomité werd quasi unaniem goedgekeurd door de vertegenwoordigers van alle zorgverleners en van de ziekenfondsen. Dat het voorstel wettelijke bepalingen zou hebben genegeerd, ontkent Moens stellig. De wettelijke bepaling over de 'structurele blokkering' - een bedrag op de begroting van het Riziv dat van de regering geen bestemming mag krijgen - is voor volgend jaar niet meer geldig, onderstreept hij. "Het is ook een absurde regeling" (geld op de begroting dat je nergens mag aan geven!). De Commissie Begrotingscontrole van het Riziv had volgens Moens maar een opmerking inzake de wettelijkheid van het voorstel gemaakt: het bedrag van 100 miljoen dat volgens het voorstel in 2019 nog over was om te besteden aan nieuwe maatregelen, moest ook verdeeld worden over de verschillende deelbudgetten. En aan díe opmerking was het Verzekeringscomité tegemoet gekomen. Moens stelt dat het zeer uitzonderlijk is dat de regering een voorstel van het Verzekeringscomité afwijst en dat, wanneer dit toch een keer gebeurde, de regering ook meteen al een alternatief voorstel klaar had. Dat is nu niet het geval. De regering moet de begroting 2019 nog opstellen en het ziet er niet naar uit dat die al meteen beschikbaar zal zijn. Het gevolg is ook dat er nu geen financiële basis is om een akkoord tussen artsen en ziekenfondsen op te stellen. De vergadering van de Nationale Commissie, die deze avond gepland was, is voor onbepaalde duur uitgesteld.