...

Volgens het Hof valt een echo onder de definitie van gezondheidszorg zoals bepaald in artikel 2, 3° van de WUG: 'diensten verstrekt door een beroepsbeoefenaar in de zin van deze wet, met het oog op het bevorderen, vaststellen, behouden, herstellen of verbeteren van de gezondheidstoestand van een patiënt'. Een echo maken valt onder de hoger genoemde definitie en is dus een medische handeling. Maar volgens de vroedvrouwen moet men een onderscheid maken tussen een echo louter voor commerciële doeleinden (een 'pretecho') en een echo voor medische doeleinden.Het Hof was echter van oordeel dat het maken van pretecho's door de twee vroedvrouwen geen 'pure fotografie' was. De echo's hadden medische doeleinden.Op basis van de huidige wetgeving is duidelijk dat vroedvrouwen niet autonoom echo's mogen nemen, vervolgt het arrest. Het Hof verwijst naar artikel 62 §1 WUG. Dat bepaalt welke activiteiten een vroedvrouw autonoom, dan wel in samenwerking met een arts onder diens verantwoordelijkheid, mag uitoefenen. Het uitvoeren van echo's staat niet vermeld in de lijst van de autonome activiteiten.Bovendien bepaalt artikel 4 §2 van het KB van 1 februari 1991 betreffende de vroedvrouwen, dat een vroedvrouw een echografisch onderzoek moet vragen aan een gespecialiseerde arts maar er zelf geen mag uitvoeren. Volgens het Hof bestaat in de medische wereld wel een polemiek over de vraag of een vroedvrouw al dan niet autonoom een 'functionele' echo mag maken en wat hieronder dient te worden verstaan. Tot op heden ontbreekt echter een duidelijk wetgevend kader en dus steunt het Hof zijn oordeel op de bestaande wetgeving.Volgens het Hof is ook de Vlaamse beroepsvereniging van vroedvrouwen geen voorstander van een wettelijk kader voor vroedvrouwen die pretecho's maken. Op basis van de huidige wetgeving erkent de eigen beroepsvereniging van vroedvrouwen dat vroedvrouwen niet autonoom functionele en morfologische echo's mogen maken.Dat een overheidsorgaan, namelijk de Vlaamse uitbetalingsinstelling van de kinderbijslag, het maken van een pretecho in het derde trimester van de zwangerschap voorstelt om een beeld te krijgen van het gezichtje van de baby, doet volgens het Hof evenmin afbreuk aan de conclusie dat de vroedvrouwen zich schuldig hebben gemaakt aan onwettige uitoefening van de geneeskunde. (*) Arrest van 13 september 2023, Tijdschrift Strafrecht 2024, 1.