Op zich moet dat volstaan. Dan ook terecht trok de Bvas deze week van leer tegen de meervoudige bedrijfsbelasting die de provincie Limburg heft. Ziekenhuisartsen werkzaam op verschillende campussen in het bronsgroene eikenhout betalen voor elke 'vestiging' waar ze hun praktijk uitoefenen. Een belasting die uiteraard haaks staat op het concept van een ziekenhuisnetwerk waarin dokters vlot migreren van de ene campus naar de andere. Fiscale hinderpalen die dit belemmeren, moeten onverwijld op de schop. Dit is bovendien onrechtvaardig. Waarom een Limburgse arts wel en een dokter uit pakweg Antwerpen niet?

Helaas staat de Limburgse saga niet op zich. Zoals de Bvas eveneens aanklaagt hebben sommige gemeenten de kwalijke gewoonte om zowel de vennootschap als de zaakvoerder van de vennootschap te belasten. Voor eenmansbedrijven - en nogal wat huisartsenpraktijken brachten hun activiteiten in een vennootschap onder -- is dat natuurlijk lachwekkend en onrechtvaardig. Voor dit soort praktijken lijkt het woord pestbelasting wel te zijn uitgevonden.

Waarom een Limburgse arts wel en een dokter uit pakweg Antwerpen niet?

Een variante op een thema zijn de (veelal enorme) tweede verblijfstaksen in heel wat kustgemeenten. Op zich valt daar nog wel iets voor te zeggen. Doorgaans hebben de kustgemeenten het niet onder de markt met de jaarlijkse toeristische invasie. Dat brengt extra kosten met zich mee en dus zijn ook extra inkomsten welkom. Alweer is het echter een brug te ver dat ook de provincie West-Vlaanderen haar deel van de koek wil en de eigenaars een tweede maal belast.

Gemeentelijke en provinciale autonomie? Allemaal goed en wel en enkele incivieken niet te na gesproken, kant niemand zich tegen belastingen. Voorwaarde is wel dat ze de toets van de billijkheid en rechtvaardigheid doorstaan. Indien niet: schaf af die hap!