Glasheldere, evenwichtige communicatie is in deze coronacrisis van vitaal belang. Letterlijk levensbelangrijk. Dat heeft de nieuwe regering alvast goed begrepen. In de officiële communicatie heeft de tandem De Croo-Vandenbroucke het overgenomen van de virologen. Al is met name het infantiele taalgebruik van de minister van Volksgezondheid soms tenenkrullend.

Veel erger is wel dat sommige artsen en vooraanstaanden uit deze samenleving elkaar proberen te overtroeven in het dramatiseren van de situatie. Topdokter Eva Van Braeckel vreest voor oorlogstoestanden. En volgens de Antwerpse rector Herman Van Goethem zijn we in oorlog en is België een land in bezetting. Nou, moe... Van Goethem is historicus, hij zou beter moeten weten en alleszins enige zin voor relativering aan de dag mogen leggen.

Wat is de overtreffende trap van oorlog? Iemand?

Oorlog... Wat stellen we ons daarbij voor? Vooral ruïnes en slachtoffers die onder het puin worden gehaald. Oorlog, dat zijn loeiende sirenes en de voortdurende angst voor luchtaanvallen. Hongersnood ook en tekorten en rantsoenering. Oorlog, het wordt verzinnebeeld door Oradour-sur-Glane, het Franse dorp dat symbool staat voor de gruwel van de tweede wereldbrand.

Deze pandemie ontwricht de samenleving en ze onderschatten zou heel fout zijn. Maar dergelijke retoriek helpt de zaak niet vooruit. De ruiters van de Apocalyps mogen nog op stal blijven. Bovendien heeft het voortdurend herhalen van de meest dramatische boodschap enkel tot gevolg dat mensen afhaken. Wie kijkt er nog op van alarmsystemen die slag om slinger afgaan? Als het brandt, rukt de brandweer uit. Maar als het telkens loos alarm blijkt te zijn, dan hangen ook de spuitgasten hun slang aan de haak. Bovendien. Het is nog maar half oktober. Het griepseizoen en de winter moeten nog komen. Welk taalgebruik gaat men dan binnen enkele weken hanteren? Wat is de overtreffende trap van oorlog? Iemand?

Glasheldere, evenwichtige communicatie is in deze coronacrisis van vitaal belang. Letterlijk levensbelangrijk. Dat heeft de nieuwe regering alvast goed begrepen. In de officiële communicatie heeft de tandem De Croo-Vandenbroucke het overgenomen van de virologen. Al is met name het infantiele taalgebruik van de minister van Volksgezondheid soms tenenkrullend.Veel erger is wel dat sommige artsen en vooraanstaanden uit deze samenleving elkaar proberen te overtroeven in het dramatiseren van de situatie. Topdokter Eva Van Braeckel vreest voor oorlogstoestanden. En volgens de Antwerpse rector Herman Van Goethem zijn we in oorlog en is België een land in bezetting. Nou, moe... Van Goethem is historicus, hij zou beter moeten weten en alleszins enige zin voor relativering aan de dag mogen leggen. Oorlog... Wat stellen we ons daarbij voor? Vooral ruïnes en slachtoffers die onder het puin worden gehaald. Oorlog, dat zijn loeiende sirenes en de voortdurende angst voor luchtaanvallen. Hongersnood ook en tekorten en rantsoenering. Oorlog, het wordt verzinnebeeld door Oradour-sur-Glane, het Franse dorp dat symbool staat voor de gruwel van de tweede wereldbrand. Deze pandemie ontwricht de samenleving en ze onderschatten zou heel fout zijn. Maar dergelijke retoriek helpt de zaak niet vooruit. De ruiters van de Apocalyps mogen nog op stal blijven. Bovendien heeft het voortdurend herhalen van de meest dramatische boodschap enkel tot gevolg dat mensen afhaken. Wie kijkt er nog op van alarmsystemen die slag om slinger afgaan? Als het brandt, rukt de brandweer uit. Maar als het telkens loos alarm blijkt te zijn, dan hangen ook de spuitgasten hun slang aan de haak. Bovendien. Het is nog maar half oktober. Het griepseizoen en de winter moeten nog komen. Welk taalgebruik gaat men dan binnen enkele weken hanteren? Wat is de overtreffende trap van oorlog? Iemand?