Intimidatie tussen studenten, seksueel grensoverschrijdend gedrag tegenover een medestudent, onbehoorlijk gedrag tijdens een college, ... In de opleiding geneeskunde wordt dergelijk onprofessioneel gedrag wel gemonitord, maar de aanpak ervan heeft nog te weinig implicaties, vindt Marianne Mak-van der Vossen.

Voor haar doctoraatsthesis, ontwikkelde de Nederlandse arts en 'medical educator' aan VUmc Amsterdam een model bestaande uit 30 omschrijvingen van onprofessioneel gedrag. Die bracht ze onder in vier domeinen: inzet, integriteit, interactie en introspectie. Inzet gaat bijvoorbeeld over op tijd komen en opdrachten voor de deadline inleveren. Integriteit draait om (niet) liegen of bijvoorbeeld (g)een handtekening vervalsen voor een verplicht college. Interactie gaat over beleefd en respectvol communiceren. Introspectie slaat op naar feedback kunnen luisteren.

Het model moet docenten toelaten om dergelijk gedrag makkelijker te herkennen, en de student aan te zetten zijn gedrag te verbeteren. Daartoe formuleert de Nederlandse arts ook een stappenplan dat docenten kunnen hanteren: (1) exploreren, (2) remediëren en (3) verzamelen van documentatie om te komen tot verwijdering uit de opleiding.

"Ook al gaat het slechts om enkele studenten per jaar, professionaliteit in de opleiding geneeskunde is de basis van de kwaliteit van medische professionals", klinkt het in het persbericht. Het model moet samen met het stappenplan een "nieuwe manier [vormen] om de professionaliteit van de volgende generaties artsen te bevorderen".