...

Om het belang van dat eerste genetisch geherprogrammeerde organisme te testen, hebben ze het geconfronteerd met twee van zijn ergste vijanden, de bacteriofagen T4 en T7. De bacteriofaag T4 had geen last van de veranderingen van het genoom, maar T7 had het moeilijk om zijn prooi te infecteren. De wetenschappers hebben de bacterie dus resistenter gemaakt tegen virale infecties (wat niet zo is met genetisch gemodificeerde organismen). Door toevoeging van aminozuren die de natuur niet had voorzien, mondt de horizontale transfer niet uit in expressie van functionele eiwitten, waardoor er dus veel minder risico is op contaminatie van en uitbreiding naar andere organismen. Daarmee wordt nog andere beperking van genetisch gemodificeerde organismen omzeild. De vorsers hopen dat ze op termijn zo eiwitten kunnen produceren om nieuwe geneesmiddelen te maken. Sommigen denken ook al aan nieuwe materialen met nanostructuren. Die genetische geherprogrammeerde organismen bieden dus mooie perspectieven. (referentie: Science, 18 oktober 2013, DOI: 10.1126/science.1241459)