De radiologie in de geneeskunde heeft de laatste decennia een enorme evolutie, zelfs revolutie doorgemaakt dankzij nieuwe onderzoeken als een CT of een MRI of een Total body scan. De basisradiologie wordt nog zelden aangevraagd behalve voor botletsels. Een van de redenen is het risico op radio-ioniserende straling waaraan de betrokken patiënt wordt blootgesteld alsook dat de weke delen van het lichaam niet in het licht kunnen worden gesteld. We zouden kunnen stellen dat een MRI eigenlijk de basisradiologie vervangt.

Probleem is natuurlijk dat onderzoeken als een CT en MRI veel duurder zijn, zowel in aankoop en onderhoud van de installatie als wat betreft het honorarium voor het gebruik van deze toestellen.

Een ander probleem is dat de federale overheid bevoegd is voor de programmatie, terwijl de regionale deelregeringen bevoegd zijn voor de erkenning ervan. Zo bepaalt de federale overheid hoeveel MRI-toestellen er mogen geplaatst worden, terwijl de deelregering de erkenning aflevert.

Prijsdaling

Het is genoegzaam bekend dat een onderzoek met een CT-scan nadelig is voor de patiënt door de ioniserende straling waaraan hij wordt blootgesteld, een nadeel dat niet bestaat bij een MRI, ook soms NMR genaamd, gezien deze werkt via nucleaire magnetische resonantie. Een ander belangrijk gegeven is dat de aankoop van een CT-scan in de grootorde van 400.000 euro zit, terwijl deze van een MRI ongeveer 1.250.000 euro bedraagt, een factor x drie.

De prijs voor de installatie van een MRI-scan is gelukkig heel wat gedaald in de ongeveer 20 jaar dat we deze gebruiken. Uit een Brits onderzoek blijkt dat de kosteneffectiviteit van de MRI op enkele jaren tijd met 30% is verhoogd. Dus een belangrijk minder dure aankoop en onderhoudskost met als gevolg een veel betere efficiëntie. Over de laatste 10 jaar gaat dit zelfs over een daling van de kosten met ongeveer 50%.

Een niet te verantwoorden feit is dat, doordat de wachttijden voor een MRI-scan zo lang zijn, er dikwijls omwille van de urgentie overgegaan wordt tot het uitvoeren van een CT-scan waarvoor de wachttijd slechts enkele dagen tot één week is

Hierbij zijn een aantal bedenkingen te formuleren.

De basisradiologie is herleid tot 10 à 15% in vergelijking met 20 jaar geleden. Een CT-scan is inderdaad goedkoper in aankoop en gebruik dan een MRI-scan, maar de belangrijkste nadelen voor de patiënten zijn de hiermede gepaard gaande ioniserende stralen.

Anderzijds is de MRI-scan drie keer duurder dan de CT-scan, maar veel veiliger voor de patiënt die hierbij niet onderhevig is aan de schadelijke ioniserende stralingen. Een ander te vermelden feit is dat de MRI de weke delen veel duidelijker in beeld brengt dan een CT, wat van groot belang is bij de meeste diagnosestellingen en therapeutische handelingen. Dus kunnen we stellen dat een MRI heel veel voordelen heeft.

Wachttijden

Jammer genoeg zien we dat de wachttijden voor een MRI-scan schommelen van drie tot zes weken, wat dikwijls vervelend is voor de aanvragende en behandelende arts en zeker voor de betrokken patiënt. En toch stelt het Riziv in een rapport vast dat de verwachte shift van CT naar MRI niet is gebeurd. Hierbij zou het aantal CT's moeten dalen in het voordeel van het aantal MRI's. Het aantal CT's blijft echter stabiel maar daalt niet, terwijl het aantal MRI-onderzoeken blijft toenemen. Conclusie is dat er geen besparingen zijn gebeurd sinds het gebruik van de MRI-scanners.

Vraag is hoe dit kan worden aangepakt opdat zowel voor de patiënt, voor de arts als voor de overheid een positief verhaal zou kunnen worden gecreëerd.

Een niet te verantwoorden feit is dat, doordat de wachttijden voor een MRI-scan zo lang zijn, er dikwijls omwille van de urgentie overgegaan wordt tot het uitvoeren van een CT-scan waarvoor de wachttijd slechts enkele dagen tot één week is.

Erelonen halveren

Welnu. De kostprijs van de MRI is met 50% gedaald sinds de eerste toestellen werden geplaatst ongeveer 20 jaar geleden. De erelonen van de radiologen die toen werden vastgelegd zijn aan deze daling nooit aangepast en zijn nu nog even hoog als in den beginne. Een drastische herijking van de honoraria zou een gedeeltelijke oplossing kunnen met zich meebrengen door de erelonen te halveren in het kader van de ziekenhuishervorming en door de specialisten-radiologen heel wat minder te laten afdragen van hun ereloon aan de ziekenhuizen. Deze afdracht omvat momenteel soms tot 80 % van hun ereloon.

Waarom kan het ereloon van de radioloog niet gehalveerd worden tot omzeggens 250 euro per prestatie i.p.v. nu ongeveer 500 euro?

Een volgende stap is dan dat de programmatie van de MRI kan worden aangepakt en desgevallend verdubbeld, en niet met 18 toestellen zoals nu werd geprogrammeerd in 2018. De bemerking dat Nederland het met veel minder MRI's doet gaat niet helemaal op. Onze artsen zijn veel meer bereikbaar en hebben minder lange wachtlijsten als de Nederlanders, die voor dringender gevallen liever naar België komen om geopereerd te worden dan heel lang te wachten op een ingreep in Nederland.

Door dit alles zouden de wachttijden drastisch kunnen worden verminderd tot aanvaardbare normen; zouden de onnodige CT's niet meer of zeer veel minder misbruikt worden; zouden de radiologen door een halvering van de afdracht aan de ziekenhuizen, nog steeds een behoorlijk honorarium verdienen en zouden de patiënten veel minder aan zeer schadelijke ioniserende stralingen worden blootgesteld.

Ten slotte is de kans groot dat de aankoopprijs van de MRI-toestellen verder betekenisvol zou dalen als er een groot aantal kan geplaatst en erkend worden. Het probleem van de illegale en niet-erkende MRI-scans zou aldus kunnen worden aangepakt.

Samenvattend zouden er niet minder maar meer MRI's kunnen komen terwijl tezelfdertijd de installatiekosten kunnen dalen. Waarom kan het ereloon van de radioloog niet gehalveerd worden tot omzeggens 250 euro per prestatie i.p.v. nu ongeveer 500 euro om de reeds vermelde redenen. Het verhogen van de MRI's zal een vermindering van de CT met zich meebrengen, een gunstige shift zoals aanvankelijk gepland, wat alleen maar de patiënten ten goede kan komen.

Bij het aanpakken van het hele verhaaltje zal niet alleen de patiënt, maar ook de behandelende artsen en radiologen, de ziekenhuizen en de bevoegde overheden er wel bij varen.