...

"Bijna 20 jaar ben ik intensivist in een ziekenhuis in het centrum van Brussel. Al die jaren heb ik veel voldoening gehaald uit mijn job, ik kon ook rekenen op fijne collega's in de doorgaans harde wereld van de geneeskunde. Intensivist zijn is fysiek een zware job - je draait shiften van minimum 25 uur. Niet altijd krijg je daar mijns inziens de nodige erkenning voor. Zo heeft het mijn collega's en mij voeten in de aarde gekost om voor de vele wachten een billijke vergoeding te bekomen. En bij andere disciplines leeft er soms onbegrip. ' Jullie hebben toch veel vrije tijd?', klinkt het wel eens smalend. Tja. In november 2019 verloor ik mijn beide ouders. Zowel mijn moeder als vader waren begin 80 - een respectabele leeftijd. Ze hebben lang zelfstandig gewoond, tot een aantal maanden voor hun overlijden, toen ze allebei chronische problemen begonnen te krijgen. Aanvankelijk wilden ze niet naar een woonzorgcentrum, maar na een tijdje gaven ze aan het daar toch naar hun zin te hebben. Met een verschil van 18 dagen zijn ze allebei overleden aan een acute aandoening. Er was geen verband met hun ziektegeschiedenis. Toen mijn moeder ziek werd, wilde ik erg betrokken zijn bij het overleg rond de medische beslissingen rond haar levenseinde. Ik stond er ook op om die informatie zo goed mogelijk te communiceren naar mijn zus en de rest van de familie. Niet veel later bleek mijn vader er ook slecht aan toe. Ditmaal voelde ik me echter niet in staat om knopen door te hakken. Aan de artsen gaf ik aan dat ik de beslissing aan hen overliet. Op nog geen maand tijd ben je plots je beide ouders kwijt. Maar het leven, dat gaat gewoon voort. In maart 2020 keerden mijn partner en ik vroegtijdig terug van skivakantie. Vanop onze skibestemming had ik de berichtgeving over het coronavirus gevolgd, ik wilde me mentaal voorbereiden op wat zou komen... Zoals verwacht heerste er op onze dienst een drukte van jewelste. Er was een streng beleid om geen mondmaskers te verspillen. Die regel werd echt op de spits gedreven. Op een gegeven moment heb ik er een punt van gemaakt dat iedereen moest kunnen doen waar hij of zij zich goed bij voelde .Tijdens elke shift hadden we één pak te onzer beschikking om alle patiënten te bezoeken. Ik holde urenlang van de ene patiënt naar de andere, zonder pauze of wc-stop - want dan moest je pak uit. Eenmaal thuis kon ik niet snel genoeg douchen, ik kleedde me om in de hal. Na verloop van tijd leerden we dat het beschikbare beschermingsmateriaal voldoende bescherming bood. Maar in de beginperiode van covid kenden we als zorgverleners bange momenten. In al die covidmaanden heb ik veel jonge mensen zien overlijden, in omstandigheden waar we helemaal niet vertrouwd mee waren. Slechts als iemand stervende was, mocht één familielid de kamer in. We deden ons best om communicatie te faciliteren via WhatsApp en dergelijke, opdat het toch een beetje mogelijk was om afscheid te nemen van elkaar. Maar dat is een overlijden dat je zelfs een dier niet toewenst. (stil) Dat voelde voor mij erg dubbel aan; ondanks het feit dat mijn ouders ook plots zijn overleden, heb ik toch de kans gekregen om op een waardige manier afscheid te nemen. Al die tijd hadden we als zorgverleners wel het gevoel dat we goede zorg verleenden. Maar het menselijke aspect van behandelen viel volledig weg. Als arts sta je bij lijden vaak slechts aan de zijkant. Door de patiënt en zijn familie in te lichten, uitleg te geven, kan je toch een band creëren. Dat is belangrijk, zeker op een dienst als intensieve zorg waar er aanzienlijke onzekerheid is omtrent de toestand van patiënten - een situatie waar mensen doorgaans niet mee vertrouwd zijn. Na zo'n intense covidshift, had ik thuis steeds minder de energie om nog iets in het huishouden te doen. Ik hing maar wat voor tv. Achteraf gezien was dat niet slim, want alles ging natuurlijk over corona. Op het werk begon ik me terug te trekken. Als een patiënt stervende was, ging ik de kamer niet meer binnen. Tijdens overlegmomenten met het team hield ik me afzijdig terwijl ik er voorheen niet voor terugdeinsde om belangrijke beslissingen te nemen. Een praatje met de verpleegkundige van dienst sloeg ik op het einde van een shift liever over, om in stilte wat in een kamertje te kunnen bekomen. Tegen collega's zei ik: mocht er nu geen covid zijn, dan ik zou een time-out nemen. Ook aan de psychologe die dagelijks op de dienst aanwezig was om patiënten en familie te ondersteunen, had ik aangegeven dat het niet goed met me ging. Via haar was ik reeds gestart met psychotherapie. Maar dat mocht niet baten. Ik voelde dat ik met de dag emotioneler werd. Thuis weende ik veel, ook op het werk gebeurde dat al eens. Ik ben een aantal keer verschrikkelijk uitgevlogen tegen de verpleegkundigen. (pauzeert) Je voelt dat je de controle kwijtraakt. Alle prikkels worden je te veel. Het wordt ook steeds lastiger om je te concentreren of om het werk te hervatten als je gestoord wordt - waar was ik nu ook weer mee bezig?In mijn privéleven begon ik steeds vaker uitlaatkleppen af te stoten. Ik wilde wel op vakantie, maar niet meer naar de 'woeste' zee. Mijn koersfiets bleef onaangeroerd. Mijn leven was alleen werk, er was geen evenwicht meer. Door al de rest te elimineren kon ik nog min of meer stand houden. Verlof bracht geen soelaas. In de zomer van 2020 was ik nog gestart met Start To Run, om er fysiek weer beter tegenaan te kunnen gaan. Maar in september op mijn eerste dag terug aan het werk, na een vakantie van drie weken, merkte een collega op dat ik er moe uitzag. Of ik wacht had gehad? Het besef dat de vermoeidheid en futloosheid die ik voelde niet op een-twee-drie over zouden zijn, begon stilaan door te sijpelen. Ik begon steeds meer te twijfelen aan mijzelf. Het gebeurde dat ik in de kamer van een patiënt in tranen uitbarstte van de spanning en angst. Kan ik dat hier nog wel aan?, gonsde het op een ogenblik door mijn hoofd. Het is daar en dan dat ik mezelf toegesproken heb, dat dit niet verantwoord was, dat ik me als arts niet zo hoorde te voelen. Ik herkende mezelf niet meer. Ik ben nog één dag gaan werken, maar dat bleek achteraf geen goed idee: het lukte echt niet meer. De dag nadien maakte ik een afspraak bij de huisarts. Tot dan had ik er geen. De eerste weken thuis, sliep ik godganse dagen. Ik deed weinig tot niets, maar ik voelde me doodmoe. In theorie wist ik wat een burn-out is, maar het is natuurlijk pas als je er zelf een hebt dat je erachter komt wat het exact met je doet. Inmiddels zit ik een tiental maanden thuis. Het gaat wat beter met mij, maar ik voel dat het nog een moeilijke oefening is om mijn fragiele evenwicht te bewaren. In het begin had ik - en dat heb ik nu nog steeds - zeer veel moeite met het 'niets doen'. Zorgen voor anderen was jarenlang het hoofddoel in mijn leven. Van de ene dag op de andere viel dat weg. (stil) Je bent gewoon een stuk van jezelf kwijt. Via Doctors4Doctors volgde ik een training 'mindfulness voor artsen'. Van de begeleider moesten we in detail noteren hoe een werkdag er doorgaans uitziet. Dan kwam de vraag: hoeveel van de zorg die je verleent, is bestemd voor anderen? En hoeveel voor jezelf? Het antwoord was erg confronterend. Ik weet niet of ik ooit terug hetzelfde ga doen. Vandaag rouw ik om mijn ouders, maar ook om mijn werk. Men zegt dat je bij een burn-out geen knopen mag doorhakken zolang je je niet beter in je vel voelt. Maar ik wéét dat je een job als intensivist niet half kan uitoefenen. Je kan niet zeggen: vandaag ga ik een paar uurtjes werken en doe ik alleen de mooie jobkes. Van zodra ik had uitgesproken dat ik mogelijk niet terug zou keren, begon ik minder te dromen over het werk. Wat ik dan wel wil doen? Op dit moment is dat nog een vraagteken, omdat ik die gedrevenheid van weleer niet meer voel, voor niks... Ik ben nooit een carrièrevrouw geweest, willen zorgen voor anderen was mijn roeping. Nu weet ik dat ik bij wijze van spreken de last van de wereld niet meer op mijn schouders hoef te dragen (glimlacht). Ik hoop oprecht dat ik ook gelukkig kan zijn zonder die job. Dat ik nog iets voor anderen kan betekenen, ook als ik geen intensivist ben. Enkele maanden voor de crisis aanbrak, ben ik een hypnosepraktijk gestart in bijberoep. Ik heb daar niet veel mee kunnen doen, met covid viel dat niet te combineren. Die deur staat op een kier. Ik zou op die manier ook mensen kunnen helpen, bijvoorbeeld om te stoppen met roken, mensen met overgewicht, mensen met pijnproblemen... Dat zijn de mensen die je op intensieve zorg ziet, hé. Vanuit rationeel oogpunt kon ik mijn burn-out relatief snel plaatsen. Wat er precies aan de hand was, het proces dat eraan vooraf is gegaan ... Op intensieve zorg word je quasi dagelijks geconfronteerd met eindelevensbeslissingen. Soms ook met therapeutische hardnekkigheid. Achteraf gezien had ik het daar moeilijker en moeilijker mee. Dat je mensen nog aan het behandelen bent terwijl je zelf vindt dat dat onmenselijk is. Het is gebeurd dat ik door familie van de patiënt bedreigd werd: we doen je een proces aan als je stopt met behandelen. Dergelijke ervaringen zijn niet altijd evident om te dragen, het stapelt zich op. Gevoelsmatig aanvaarden wat er met je gebeurt, is weliswaar nog een andere zaak. In het verleden had ik een goede vriendin zien uitvallen met een burn-out, ik was er nog zo beducht voor geweest: mij gaat dat hier niet overkomen. Afgelopen zomer volgde ik op aanraden van mijn psychiater gedurende een aantal weken dagtherapie in een psychiatrisch dagziekenhuis gericht op omgaan met angst en depressieve gevoelens. Dat was een moeilijke stap. Enerzijds besef je: o jee, het is hier precies toch ernstig. Anderzijds ben je, als arts, kritisch. Ik weet nog dat ik mijn psychiater heb opgebeld om te vragen of ze echt zeker was, of dat wel nodig was die dagtherapie? Als arts ben je gewoon om veel dingen te kunnen oplossen - te kunnen controleren in feite. Die controle is er nu niet en dat is heel lastig. Door mijn positieve aard geloof ik wel dat die goesting om dingen te ondernemen uiteindelijk terug zal komen. Alleen weet ik niet wanneer. Dat is loslaten."