Zeer recent onderzoek uitgevoerd op de laatst beschikbare gegevens (2017-2021, cytohistoregister van het Kankerregister & IMA-data) over screening naar baarmoederhalskanker leert ons dat 4 op de 5 baarmoederhalskankers optreedt bij vrouwen die zich niet recent (= meer dan 3 jaar geleden) hebben laten onderzoeken door een uitstrijkje.

Dit ligt in de lijn van een gelijkaardige Noorse studie die tot dezelfde bevindingen komt.

Vlaanderen scoort hierbij iets beter dan Wallonië en Brussel, zoals verwacht bij het vergelijken van de coverage of het % van vrouwen dat zich laat screenen (+/- 50% nationaal, 60% Vlaanderen, 40% Franstalige gemeenschap).

De huidige cytologiescreening slaagt er bij ons verder ook in om de in onze buurlanden - inclusief Nederland - significant stijgende incidentie van invasieve baarmoederhalskanker over de afgelopen 10 jaar tegen te gaan.

De incidentie van baarmoederhalskanker in België ligt vrij laag (+/- 640 per jaar) en zal de komende jaren naar verwachting zeer sterk dalen ten gevolge van de hoge vaccinatiegraad tegen het humaan papillomavirus (HPV).

Aangezien het overgrote deel van deze kankers voorkomt in de niet-gescreende populatie, moet men zich terecht de vraag stellen of het zin heeft om last minute nog over te schakelen van cytologische naar HPV-screening...

Waarom nog veel tijd, energie en middelen investeren in het veranderen van labotesten onder de gescreende populatie als de grote winst te rapen ligt bij het sensibiliseren van de bevolking én het vergroten van de coverage?!

Nu al wordt duidelijk dat het wijzigen van een goed functionerend bevolkingsonderzoek een zeer complexe oefening is, waarvan beleidsmakers de gevolgen moeilijk kunnen inschatten.

Wij als beroeps- en wetenschappelijke vereniging zijn niet verantwoordelijk voor het voorspelbare debacle

Zo is na de invoering van primaire HPV-screening in Nederland de participatiegraad gedaald van 66% (2018) naar 46% (2022). Het omgekeerde dus van wat ze wilden bereiken.

Deze boodschap werd eerder meermaals gecommuniceerd aan de bevoegde ministers en de interministeriële conferentie Volksgezondheid, maar zal hopelijk met deze nieuwe inzichten nu wel geloofd worden. Als achteraf blijkt dat de initiatiefnemers van dit experiment zich vergist hebben, kan men ons in elk geval niet verwijten dat we het niet meermaals gezegd hebben.

Wij zijn niet verantwoordelijk voor het voorspelbare debacle.

Deze recente inzichten worden nu verder verwerkt tot een wetenschappelijke publicatie. Dit onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de beroepsvereniging en de wetenschappelijke vereniging voor Pathologische Anatomie.

Zeer recent onderzoek uitgevoerd op de laatst beschikbare gegevens (2017-2021, cytohistoregister van het Kankerregister & IMA-data) over screening naar baarmoederhalskanker leert ons dat 4 op de 5 baarmoederhalskankers optreedt bij vrouwen die zich niet recent (= meer dan 3 jaar geleden) hebben laten onderzoeken door een uitstrijkje. Dit ligt in de lijn van een gelijkaardige Noorse studie die tot dezelfde bevindingen komt. Vlaanderen scoort hierbij iets beter dan Wallonië en Brussel, zoals verwacht bij het vergelijken van de coverage of het % van vrouwen dat zich laat screenen (+/- 50% nationaal, 60% Vlaanderen, 40% Franstalige gemeenschap). De huidige cytologiescreening slaagt er bij ons verder ook in om de in onze buurlanden - inclusief Nederland - significant stijgende incidentie van invasieve baarmoederhalskanker over de afgelopen 10 jaar tegen te gaan. De incidentie van baarmoederhalskanker in België ligt vrij laag (+/- 640 per jaar) en zal de komende jaren naar verwachting zeer sterk dalen ten gevolge van de hoge vaccinatiegraad tegen het humaan papillomavirus (HPV). Aangezien het overgrote deel van deze kankers voorkomt in de niet-gescreende populatie, moet men zich terecht de vraag stellen of het zin heeft om last minute nog over te schakelen van cytologische naar HPV-screening... Waarom nog veel tijd, energie en middelen investeren in het veranderen van labotesten onder de gescreende populatie als de grote winst te rapen ligt bij het sensibiliseren van de bevolking én het vergroten van de coverage?! Nu al wordt duidelijk dat het wijzigen van een goed functionerend bevolkingsonderzoek een zeer complexe oefening is, waarvan beleidsmakers de gevolgen moeilijk kunnen inschatten.Zo is na de invoering van primaire HPV-screening in Nederland de participatiegraad gedaald van 66% (2018) naar 46% (2022). Het omgekeerde dus van wat ze wilden bereiken. Deze boodschap werd eerder meermaals gecommuniceerd aan de bevoegde ministers en de interministeriële conferentie Volksgezondheid, maar zal hopelijk met deze nieuwe inzichten nu wel geloofd worden. Als achteraf blijkt dat de initiatiefnemers van dit experiment zich vergist hebben, kan men ons in elk geval niet verwijten dat we het niet meermaals gezegd hebben. Wij zijn niet verantwoordelijk voor het voorspelbare debacle. Deze recente inzichten worden nu verder verwerkt tot een wetenschappelijke publicatie. Dit onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de beroepsvereniging en de wetenschappelijke vereniging voor Pathologische Anatomie.