Het eerste wat opvalt, is de grote gedrevenheid van beide artsen. Zolang mensen, wars van de cynische kronkels en het eigenbelang dat de politiek en het beleid al te vaak kenmerken, met veel liefde over hun vak kunnen praten, zitten we goed.

Wat nog? Geriatrie en pediatrie zijn twee ogenschijnlijk ver uit elkaar liggende disciplines. Het ene vakgebied richt zich tot kinderen die nog een heel leven voor zich hebben. Helemaal anders is het gesteld met geriatrie, gefocust als het is op de herfst van het leven, op mensen 'met 1.000 jaar levenservaring op één verdieping'. Toch is er veel meer dat kinder- en ouderenartsen bindt dan wat hen scheidt. Telkens gaat het over de mens in al zijn facetten. De holistische visie daarop hebben beide disciplines gemeen met de huisartsgeneeskunde.

Zolang jonge mensen geëngageerd over hun vak vertellen is er hoop, heel veel hoop

Belangrijk is dat de twee geïnterviewde artsen die algemene kijk op de mens ook willen behouden. Teveel sub-specialiseren, lijkt geen van beiden echt wenselijk. Wat artsen die zich toeleggen op kinderen en ouderen eveneens gemeen hebben, is dat ze weinig technische prestaties leveren. Wat telt zijn dus de 'intellectuele' vaardigheden. Het kwalijke neveneffect daarvan is dat ze in de huidige nomenclatuur onderbetaald worden. En dat het disciplines zijn die binnen het harde ziekenhuiswereldje, vaak wat minder meetellen.

Maar goed, wie dit dubbelinterview op blz. 8-9 leest, weet het: zolang jonge mensen zo geëngageerd over hun vak vertellen is er hoop, heel veel hoop. Voor de mensheid, de zorgverlening, de gezondheidszorg en de geneeskunde. Dat is de essentie, ons mangomoment. Laten we het, wars van alle veranderingen in de zorg, zo houden.