...

De algemene dalende trend is toe te schrijven aan de richtlijn om cervixuitstrijkjes nog maar eens om de twee jaar terug te betalen. Onder druk van de buurlanden en evidence-based medicine is die twee-jaren-interval, althans bij normale resultaten, intussen tot drie jaar teruggebracht, legt Van Wiemeersch uit.Dat het overgrote deel van de uitstrijkjes wordt afgenomen door gynaecologen is normaal, vindt hij. "Een deel van de vrouwen trekt zich niets aan van de richtlijnen en komt jaarlijks langs voor een uitstrijkje. Andere vrouwen willen zich wel schikken naar de richtlijnen maar ze wensen dan wel het volledige pakket aan gynaecologische preventie. Daar hoort een vaginale echografie bij, screening van de ovaria, screening van de baarmoeder en inderdaad ook het uitstrijkje. Voor zo'n 'full program' stappen ze nog steeds makkelijker naar een gynaecoloog dan naar een huisarts."En de rol van de huisartsen dan? Dokter Van Wiemeersch ziet een parallel met de verloskunde. "Huisartsen hebben het terrein van de verloskunde opgegeven, ze vechten daar niet meer voor. De meesten hebben afgehaakt omwille van de hoge aansprakelijkheidspremie. Een aantal doet nog prenatale opvolging maar ook dat vermindert."Bij uitstrijkjes ziet hij dezelfde evolutie. "Al wat tot de genitale sfeer behoort, maakt minder en minder deel uit van een huisartsensetting. Of de dalende trend zich gaat doorzetten tot nul, weet ik niet, maar het is wel serieus aan het dalen."Van Wiemeersch: "Ik weet dat het gevoelig ligt, en we durven het amper nog zeggen, maar in België is de gynaecoloog de eerstelijnsarts van de vrouw. Driekwart van het werk van haast alle gynaecologen bestaat uit routine en screening. In Nederland zijn er veel minder vrouwenartsen en dat maakt dat ze zich uitsluitend met pathologie bezig kunnen houden. Bij ons is de realiteit anders."