...

Sinds eind 2012 staat Werner De Prins aan het hoofd van Bayer Healthcare Benelux, dat met 500 werknemers een omzet draait van 330 miljoen euro. Hij tekende onder meer voor de succesvolle lancering van Xarelto. In de praktijk verdeelt De Prins zijn tijd tussen Diegem en Mijdrecht, waar de Belgische en Nederlandse hoofdzetels gevestigd zijn. Dat maakt dat hij uitstekend geplaatst is om voor- en nadelen van beide systemen te vergelijken.Werner De Prins: "Nederland heeft als voordeel dat je er met een nieuw product sneller op de markt komt. In afwachting dat het CVZ (College voor Zorgverzekeringen) de efficiëntie beoordeelt, krijg je in veel gevallen al een voorlopige terugbetaling op basis van het fiat van EMEA (het Europees geneesmiddelenbureau). Nadeel is dat die terugbetaling volledig kan wegvallen als het CVZ negatief adviseert.""In België duurt het gemiddeld twaalf maanden langer voor je toegang tot de markt hebt. Maar het voordeel is dat er nog ruimte is voor 'risk sharing', bijvoorbeeld bij de Artikel 81 contracten, al wordt die steeds beperkter. Natuurlijk zijn er richtlijnen die gevolgd worden, maar het is meestal mogelijk om een dossier met toegevoegde waarde (klasse 1) toe te lichten bij de CTG, de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen. Daarom verkies ik het Belgische systeem. Nederland laat helemaal geen negotiatie toe: eenmaal het CVZ de knoop heeft doorgehakt, is het resultaat niet meer te beïnvloeden. Alleen als je over bijkomende klinische studies beschikt, kan je opnieuw een dossier indienen."Kunst- en vliegwerkNatuurlijk zijn er ook overeenkomsten. "In Nederland wegen de zorgverzekeraars sterk door op het geneesmiddelenbeleid; in België worden de ziekenfondsen steeds dominanter." Wat Werner De Prins in beide landen mist, is een beleid met een perspectief op de lange termijn. "Er is geen plan, te veel beslissingen worden ad hoc genomen. Stelt men een tekort vast, dan probeert men dat met kunst- en vliegwerk op te lossen. Dat komt de kwaliteit van het systeem niet ten goede."Al jaren zegt de regering dat ze de post-octrooimarkt onder druk wil zetten om ruimte te scheppen voor innovatie. "Maar onze gesprekken met de overheid gaan zelden over stimulansen voor innovatie," zegt De Prins. "Meestal draait het gewoon om budgetten. De autoriteiten weten maar al te goed dat innovatie erkennen een prijskaartje heeft. Daarom wordt innovatie voor een stuk miskend."Het volledige interview leest u vandaag in Artsenkrant.