De keuze voor endocrinologie maakte ze toen ze als internist in opleiding geconfronteerd werd met de dramatische complicaties van diabetes. De therapie voor die aandoening was, zeker nog eind jaren 80, niet goed genoeg. Dat werd het onderwerp van haar doctoraat.

Coaching

Ondertussen is professor Mathieu tien jaar hoofd van de dienst endocrinologie van UZ Gasthuisberg - volgens haar de beste van het land. Met 1.400 type 1-patiënten die ambulant gevolgd worden, en nog eens 4.000 type 2-patiënten. In navolging van haar voorganger, professor Bouillon, heeft ze het multidisciplinaire karakter verder uitgebouwd. De dienst heeft ongeveer 25 verpleegkundig educatoren in dienst, voedingsdeskundigen, psychologen. De dienst heeft een belangrijke ondersteunende functie wanneer endocriene stoornissen optreden bij patiënten tijdens het ziekenverblijf of bij opname van mensen met diabetes.

Mathieu's diabetespatiënten zijn haar helden. Leven, vooral met type 1, is een permanente opgave, onderstreept ze. "Je moet je patiënten blijven motiveren, coachen." Daar zet haar kliniek op in, ook met passend dienstbetoon. Haar diabeteseducatoren - echte experts, benadrukt ze - stuurde haar dienst uit naar enkele woonzorgcentra in de streek. Ze bekeken er samen met de huisartsen het behandelplan van diabetespatiënten. "Dat resulteerde in een aantal duidelijke regels, wat klaarheid en rust bracht voor het personeel van de centra. Hoe hoog mogen glucosespiegels komen? Wanneer belt men de huisarts? ... Het voorbeeld kreeg navolging elders in Vlaanderen, zelfs in het buitenland."

(Lees verder onder het logo.)

Zorgtraject

"Hoe organiseer je zorg voor diabetici? Ook op de schaal van een heel land. Die vraag houdt me bezig." En dat leidt tot lobbywerk. Voor de uitvoering van een preventieplan bijvoorbeeld. Al is dat soms frustrerend. Mathieu was voorzitter van de Vlaamse diabetesvereniging (nu de Diabetesliga). Ze zit ruim 20 jaar in de akkoordraad voor de diabetesconventie. "Dat is een uniek systeem in de wereld, dat mooie resultaten oplevert tegen een lage prijs. Maar de conventie volgt vooral de complexe gevallen. Er zijn in België minstens een half miljoen type 2-diabetici. De endocrinologen alleen kunnen dat aantal niet aan. Om die op te vangen moet je de eerste lijn versterken. Ik ben met mijn goede collega Frank Nobels aan de tafel gaan zitten met dokter Ri De Ridder van het Riziv." Zorgtrajecten? Professor Mathieu pleit schuldig. De twee diabetologen kregen bij de start van die trajecten nogal wat rotte tomaten naar hun hoofd gesmeten.

In Vlaanderen liep het toch vrij vlot. "Daar waren de relaties met huisartsen wel goed." In Wallonië moesten dokter Nobels en professor Mathieu zich samen in de frontlinie werpen - de Franstalige diabetologen durfden het concept niet verdedigen bij de huisartsen waarmee ze samenwerkten. 'Colloque singulier' wilde er blijkbaar zeggen: "Ik kan alles, ik weet alles, ik heb geen diabeteseducator of verpleegkundige nodig." Mathieu onderschat de stiel van de huisarts niet. De huisarts moet van alle markten thuis zijn; weet ze. "Als hij diabeteszorg op zich neemt, verdient hij daarvoor ook ondersteuning." Nu tien jaar later is men de zorgtrajecten daarom wel beter gaan waarderen.

Hoe hou je diabetes tegen?

Ontzettend trots is Mathieu op haar ploeg van artsen die ze mee heeft getraind, en die nu vaak zelf een internationale reputatie opbouwen. Ze noemt er heel wat bij naam. De ploeg stelt haar in staat minder in het eigen lab bezig te zijn, en meer met onderzoeksnetwerken op Europees niveau. Ze coördineert INNODIA, een Europees netwerk rond type 1-diabetes met 38 partners. Onderzoek blijft een passie, ze wil weten hoe je diabetes type 1 kunt tegenhouden. De laatste jaren is veel vooruitgang geboekt. Diabetes is een autoimmuunziekte. Maar ook andere factoren blijken een rol te spelen, legt ze uit. Veranderingen in de betacel, bijvoorbeeld. "Met betere biomerkers zouden we ook beter begrijpen wat er zich bij een patiënt precies afspeelt." INNODIA start met twee clinical trials - en nog een derde volgend jaar. Samenwerking met de industrie blijft volgens haar als toponderzoeker en -arts toch heel belangrijk. "Ik ben ongeduldig. We moeten alle krachten bundelen om met betere medicatie te komen. Ik zeg wel altijd tegen de industrie waar het op aankomt. Er is te weinig tijd om die te verspillen aan onnuttige zaken."

Voor beleidsfuncties, weg van de praktijk, bedankt ze. "Ik wil ziektes bestrijden en mensen helpen. Als ik daar zou van weggaan, zou ik me niet gelukkig meer voelen."

Enkele highlights uit het gesprek

© Jerry De Brie

  • Als voorzitter van de Vlaamse Diabetesliga, zoals die toen nog heette, hielp ze mee een vormingspakket tot stand brengen voor de diabeteseducatoren. "Voor de eerste lijn zou nog meer de nadruk mogen liggen op coachingen copingstrategieën."
  • Samen met collega Ann Mertens van haar dienst ontwikkelde ze de T2D helper-app. Huisartsen geven het profiel in van hun patiënt en zien welke medicatie het meest geschikt is conform de Belgische (terugbetalings)regels.
  • Chantal Mathieu deed ooit mee aan wedstrijden voor dictie. Haar correcte Nederlands doorspekt ze nu met dialect - te net spreken komt onsympathiek over.

Uw stem uitbrengen voor de prijs 'Specialist van het jaar' kan hier.

De genomineerden

Dit jaar organiseert Artsenkrant/Le journal du Médecin samen met het VBS voor de derde maal de prijs 'Specialist van het Jaar'. Vorige maand vergaderde de jury over 20 dossiers van artsen voorgedragen door de beroepsverenigingen aangesloten bij het VBS en door de redacties van Artsenkrant en Le journal du Médecin. Dat op basis van een aantal welbepaalde criteria (communicatie, empathie, samenwerking enz.). De Nederlandstalige genomineerde artsen stellen we in vijf opeenvolgende edities aan u voor. Daarna krijgt u, lezer van Artsenkrant, het laatste woord. U kan uw stem uitbrengen op de kandidaat van uw keuze. Wie de meeste stemmen haalt, wordt 'Specialist van het Jaar'. Op zaterdag 23 november wordt de prijs uitgereikt. Bij die gelegenheid organiseren Artsenkrant en het VBS ook een symposium over 'een toekomstvisie voor de specialistische geneeskunde' (zie kader).

© ak