Paul Beke
Paul Beke
Huisarts, voormalig voorzitter Provinciale Raad
Column

04/04/18 om 06:00 - Bijgewerkt op 03/04/18 om 16:23

Huisarts, een schitterend mooi en zwaar beroep?

De laatste weken is er in de media en in de politiek heel wat te doen omtrent 'zware beroepen' en de uitzondering die zou dienen te worden gemaakt om niet tot 67 jaar te moeten werken en aldus eerder met pensioen te kunnen gaan.

Zelf ben ik 42 jaar lang huisarts geweest en heb een enorme evolutie meegemaakt in tal van domeinen van de geneeskunde. Ik heb heel veel arbeidsvreugde en voldoening gekend, heel veel emoties en stress gekend en ben geconfronteerd geweest met een zeer breed gamma van gezondheidsproblemen bij mijn patiënten. Ik heb het altijd heel graag gedaan tot ik zelf, toevallig of niet, op 67 jaar met gezondheidsproblemen te kampen kreeg en mijn huisartspraktijk moest stoppen. Het is zwaar, schitterend en mooi geweest.

Wanneer ik nu even een analyse wil maken over 'zwaar beroep' in de huisartspraktijk, neem ik even de criteria voor zwaar beroep in ogenschouw. De Nationale Pensioencommissie omschreef in 2016 vier basiscriteria waaraan moet worden voldaan opdat een beroep als 'zwaar beroep' gecatalogeerd kan worden. Het beroep moet fysiek zwaar zijn voor de betrokkene, er moet geconfronteerd worden met belangrijke mentale en emotionele druk, de werkomstandigheden dienen zwaar belastend te zijn en de job moet een groot veiligheidsrisico in zich houden. Vier criteria die één voor één moeilijk precies objectiveerbaar en voor interpretatie vatbaar zijn.

Delen

Strikt genomen kunnen alle criteria van 'zwaar beroep' voor de huisarts positief worden ingevuld

Toegepast op het beroep van huisarts zou men kunnen stellen dat de werkbelasting door de drukke agenda en de aard van het werk fysiek vrij zwaar is, dat er heel wat zware mentale en emotionele druk bij komt kijken gezien de vele diverse en soms diepmenselijke sociale, lichamelijke of psychische gezondheidsproblemen waarmee de huisarts wordt geconfronteerd, dat de praktijkorganisatie van de toen meestal solo praktijkvoerende huisarts heel zwaar was met een werkbelasting van zes dagen in de week van 12 tot 15 uur per dag, en dat ten slotte de onveiligheid de laatste jaren zeker is toegenomen sinds de vervrouwelijking van het artsenkorps die nu reeds meer dan 50% bedraagt, en de bedreiging door drugverslaafden en anderen die voorschriften afdwingen.

Strikt genomen kunnen alle criteria van 'zwaar beroep' hier positief worden ingevuld.

Toch wil ik hier een pleidooi houden voor het mooie schitterende beroep van huisarts. De meerderheid van de huisartsen zijn als vrije beroepers geen vragende partij om vervroegd met pensioen te gaan. Zie maar naar de talrijke collega's die tot hun 70 of 75 nog een praktijk voeren waarbij de jarenlange expertise van groot nut kan zijn.

Heden ten dage werkt de huisarts geen 60 à 80 uren per week meer. Hij heeft de werkorganisatie aangepakt en aangepast, werkt veelal meer en meer in groepsverband binnen een groepspraktijk, werkt op vaste uren en enkel en alleen op afspraak. Wat wachten betreft, zijn er door de week de lokale avondwachten en gedurende het weekend de wachten op de locoregionale wachtpost, wat het avond- en nachtwerk drastisch heeft verminderd. Naar administratie toe hebben heel wat huisartsen in hun groepspraktijk de hulp gekregen van een secretariaat en soms van een verpleegkundige, en dit dank zij de ondersteuning door de overheid via het Impulseosysteem. Deze assistentie kan naast administratie ook hulp bieden bij het uitvoeren van technische prestaties zoals bloedafnames, bloedrukmetingen, ECG metingen, longfunctietesten e.d. De continuïteit van de zorg, de eerste opdracht van de eerste lijn in de huisartspraktijken, blijft verzekerd 24 uur op 24, zeven dagen in de week.

Delen

Er heerst nogal wat misnoegdheid door een aantal nieuwe elementen waarmee de huidige moderne huisarts wordt geconfronteerd

Deze aanpassingen aan de werkorganisatie, deels ingevoerd door de artsensector eerste lijn zelf, deels met ondersteuning van de overheid, hebben ervoor gezorgd dat de fysieke druk heel wat is afgenomen. Er zijn minder huisbezoeken en meer raadplegingen in de eigen praktijk. Door dat alles is er minder stress en minder mentale en emotionele belasting. Het organiseren van het werk is grotendeels aangepakt en aangepast. Alleen het veiligheidsrisico is toegenomen doch moeilijk inschatbaar.

Toch heerst er nogal wat misnoegdheid door een aantal nieuwe elementen waarmede de huidige moderne huisarts wordt geconfronteerd. De digitalisatie van het medisch gebeuren en verplicht elektronisch registreren hebben nieuwe problemen met zich meegebracht. Het elektronisch medisch dossier (EMD) is een geweldige vooruitgang gebleken, zeker wat gegevensdeling betreft bij samenwerkingen van huisartsen en richting communicatie met collega's van andere disciplines en specialisaties. Niettegenstaande zijn de eisen voor het elektronisch voorschrift, het e-recipe, en recent het e-attest niet zelden oorzaak van gemor en ergernis. Evenzo vergt het invullen en bijhouden van het EMD zeer veel preciesheid en vooral veel te veel tijd. De arts wordt verplicht alles te noteren en is soms meer bezig met de registratie van data dan met de consultatie van zijn patiënt, wat zowel bij patiënt als bij arts als onaangenaam wordt ervaren. Oudere collega's stappen vervroegd uit het beroep of dreigen uit te stappen omdat het niet meer haalbaar is en ze het niet meer zien zitten om zich continu aan te passen aan de nieuwe vereisten. Anderen voeren een patiëntenstop in of gaan lijden aan een burn-out.

We stellen immers vast dat, niettegenstaande er voor de meeste criteria 'zwaar beroep' oplossingen en aanpassingen gevonden en geïmplementeerd zijn om een betere praktijkorganisatie te bewerkstelligen, het beroep blijkbaar niet aantrekkelijker is geworden voor de studenten geneeskunde van de nieuwe generatie. Slechts 15% kiest nog voor huisarts, tegenover een zeer grote meerderheid die kiest voor een specialisatie. Op vrij korte termijn zal dit tot een ernstig tekort aan huisartsen leiden wat zich nu reeds laat voelen in tal van regio's.

Delen

Preventieve maatregelen, betere werkomstandigheden en een evenwichtige balans tussen de werkvloer en de private leefwereld thuis zijn prioritair

De digitale administratieve overlast en betutteling speelt hierbij een belangrijke rol. Elektronica en informatisering zijn mooie geweldige verbeteringen, doch een systeem als het e-healthplatform werkt niet perfect terwijl dikwijls het internet niet bereikbaar is op plaatsen waar men op huisbezoek wordt geroepen. De huisarts moet te allen tijde kunnen rekenen op perfecte en vooral eenvoudige medische registratiemogelijkheden. Hij wil absoluut een kwaliteitsvolle en doelmatige zorgverlener zijn. Het kan niet dat er meer tijd nodig is voor het aanvinken van data dan voor de raadpleging en het onderzoek van de patiënt zelf. Wellicht kan de overheid hier aandringen bij de bedrijven die de informatica organiseren voor de medische beroepen.

Deze analyse van de huisarts anno 2018 illustreert enerzijds dat er in een zwaar beroep heel wat kan en moet gereorganiseerd, veranderd en aangepast worden, dat men moet meer investeren in de verbetering van de kwaliteit van het werk en van de werkomstandigheden zonder dat daarom de slinger te ver doorslaat richting verandering en er andere nieuwe frustraties en ergernissen komen opsteken. Meer teamwerk, meer verbondenheid en betrokkenheid bij de organisatie van het werk. Uiteraard is de communicatie met collega's zeer belangrijk, maar de communicatie en het overleg met de overheid kan beter. Meer respect en begrip voor de problemen op de werkvloer en het veld bij de dwingende niet-realistische en onhaalbare vereisten die geregeld worden opgelegd.

Preventieve maatregelen, betere werkomstandigheden en een evenwichtige balans tussen de werkvloer en de private leefwereld thuis zijn prioritair, ook in de andere sectoren van de maatschappij. Elke job, elk type werk zal zware momenten en opdrachten in zich hebben, doch in hoeverre zijn deze continu aanhoudend zwaar of eerder tijdelijk.

Delen

Goesting, bevlogenheid en arbeidsvreugde kunnen een positieve bijdrage leveren voor ieders gezondheid en vaak een grotere kans op een langer en gelukkig leven met zich meebrengen

Elke werknemer, zelfstandige of loontrekkende, moet arbeidsvreugde kunnen ervaren. Een arbeidsvreugde, een goesting voor de job, die het resultaat moet zijn van ieders individuele capaciteiten en talenten, van betrokkenheid bij de organisatie van het werk en van de ondersteuning van de werkgever. Een werkomgeving die inderdaad rekening houdt met deze individuele mogelijkheden, met de specifieke moeilijke taken, waarbij respect en appreciatie voor de werknemer door de werkgever het werkvermogen kan doen toenemen en arbeidsvreugde verschaffen. Iedereen kan en zal hier wel bij varen. Goesting, bevlogenheid en arbeidsvreugde kunnen een positieve bijdrage leveren voor ieders gezondheid en vaak een grotere kans op een langer en gelukkig leven met zich meebrengen.

De discussie en het debat over zware beroepen zou eerder moeten gaan over de vraag hoe een werknemer beter betrokken kan worden bij de organisatie van de werkomstandigheden en aldus bijdragen tot een betere en aangenamere werksfeer, een beter relatie tussen werkgever en werknemer, waarbij niemand zal ontkennen dat dit ook tot betere bedrijfsresultaten zal leiden. Laat de oudere werknemers andere aangepaste opdrachten en taken uitvoeren. Weinigen zijn in staat om gedurende 20 tot 30 jaar zware fysieke arbeid of zwaar stresserende of emotioneel belastend werk te verrichten. Hun door de jaren opgebouwde expertise kan van goudwaarde zijn voor een goed georganiseerd bedrijf. Beperkingen in de tijd tot 20 of 30 jaar belastend werk zijn mogelijkheden om dan over te stappen en om te scholen naar rustiger ander werk en waarom niet binnen dezelfde werkomstandigheden. Mooi zou het zijn als we met zijn allen zouden kunnen genieten van en goesting hebben voor de arbeid en van de job die we uitvoeren tijdens onze actieve loopbaan. Wacht niet tot het pensioen want dikwijls komen dan andere spelbrekers de rust en dat genot verstoren.