Volgens de persmededeling waren er 286 ongunstig gerangschikten (1.491 geslaagd en 1.205 gunstig gerangschikt). In Vlaanderen is er verplicht en bindend toegangsexamen, waarbij men niet alleen moet geslaagd zijn, maar waarbij enkel de best gerangschikten mogen starten. In Wallonië is er bindend toegangsexamen en als men geslaagd is kan men starten, onbeperkt.

De basis voor de hantering van het bindend aantal toegelaten studenten in Vlaanderen is de (verplichte?) contingentering. Al jarenlang wordt deze contingentering streng gevolgd in Vlaanderen, in Wallonië worden er tot op vandaag extra Riziv-nummers toegekend in 2019 en 2020.

Het in 2018 voor het eerst georganiseerde toelatingsexamen voor de opleiding geneeskunde/tandarts wordt fundamenteel ongelijk toegepast in Wallonië t.o.v. Vlaanderen. Het toelatingsexamen is een maat voor niets want het aantal studenten dat in Wallonië aan de opleiding mag beginnen ligt veel hoger (in 2018) dan het contingent dat later normaal gezien mag doorstromen naar de beroepsopleiding.

Er is een fundamentele ongelijke behandeling tussen de Vlaamse en de Waalse studenten

Deze niet te contesteren onrechtvaardigheid is bekend tot op het hoogste politieke niveau: half april 2019 kon men lezen dat "de ministerraad heeft besloten dat, wanneer in 2020 de Franstalige universiteiten nog te veel studenten toelaten tot de geneeskundestudies (en tandheelkunde), de volgende regering zal bekijken of ze in 2026 een extra controle op de contingentering van (tand)artsen zal instellen".

Er begonnen het laatste academiejaar (2018-2019) nog dubbel zoveel Franstalige studenten met de geneeskunde opleiding als er volgens de Planningscommissie (die de behoefte inzake medisch aanbod aan gezondheidszorgbeoefenaars onderzoekt) nodig zullen zijn! Het is de omgekeerde wereld. Waar je verwacht dat de Franstalige minister van Onderwijs ervoor zorgt dat hij het aantal studenten in Wallonië beperkt tot het aantal dat vooropgesteld wordt door de Planningscommissie, is het Vlaanderen die maatregelen neemt om het in Vlaanderen onbestaande probleem van 'overstart' op te lossen.

Juridisch ageren tegen het werkingsreglement zelf of de regelgeving van de contingentering is een weg die nu te laat is. Enkel de politiek kan hier dus verandering in brengen.

Medisch terrein

Zonder op enige manier afbreuk te willen doen aan de competentie en adviezen van de Planningscommissie, is er een discrepantie tussen het aantal artsen dat toegelaten wordt en het huidig medisch aanbod.

Algemeen is er niet het aanvoelen dat er te veel artsen zijn. Integendeel: als huisarts een afspraak maken met een dermatoloog, oftalmoloog, gynaecoloog,... resulteert geregeld in een wachttijd van verschillende maanden. Vacatures voor dermatologie, geriatrie, ... geraken niet of moeizaam ingevuld. Verschillende huisartsenpraktijken hebben een patiëntenstop (de helft van de jonge huisartsen voert patiëntenstop in), vele gemeenten hebben te weinig of soms zelfs geen huisarts meer (ikzoekeenhuisarts.be) en maar liefst 228 gemeenten van de 298 zijn huisartsenarme gebieden!

Er is de opmerkelijke vaststelling dat 30% van de huisartsen er al na 5 à 10 jaar de brui aan geeft (prof. Roy Remmen 25/4/19, 'De huisarts aan het woord'). Ook bij de specialisten is er een aanzienlijke drop-out.

Enkel de politiek kan hier verandering in brengen

De aanwerving van buitenlandse artsen. Zonder iedereen over dezelfde kam te scheren, blijkt op de werkvloer dat verschillende van deze artsen uit landen als Polen, Roemenië, Portugal, Letland het Nederlands niet of ruim onvoldoende beheersen, en de plaatsen komen invullen die potentieel Vlaamse afgestudeerden hadden kunnen innemen.

Ik citeer hierbij enkele verklaringen naar aanleiding van de toelating in september 2018 in Wallonië van 1140 geslaagde kandidaten voor 505 plaatsen :

- Minister De Block (9/18, VRT) : "Minister Marcourt draagt hier een belangrijke verantwoordelijkheid, zowel tegenover de studenten zelf als tegenover de ouders. De lat werd veel te laag gelegd. De kost voor de opleiding weegt ook zwaar door maatschappelijk."

- Nathalie Muylle (CD&V) (9/18) treedt eveneens Minister De Block bij en "vindt het onverantwoord". "In Vlaanderen mogen alleen de best gerangschikte studenten starten. In Wallonië laat men na een flauw ingangsexamen de helft van de kandidaten door. Dit is spelen met de toekomst van jonge mensen".

Initiatief

Het is nooit te laat om deze anomalie recht te zetten. Vorige maand was het pas de 2de keer dat het toegangsexamen in Vlaanderen op deze wijze werd beoordeeld.

Mijn vraag aan de Vlaamse politici en de heer Jambon in het bijzonder is dan ook:

Gelieve de nodige initiatieven te nemen om de Vlaamse studenten die geslaagd zijn, alsnog toe te laten tot de start van de geneeskundestudies. Allen hebben ze hun bekwaamheid bewezen.

Op het moment dat de Waalse minister van Onderwijs zich wel houdt aan de regels en de toegang tot de geneeskundestudies beperkt zoals afgesproken, vervalt de vraag om alle geslaagden toegang te verlenen tot de start van de geneeskunde studies. Als op dat moment enkel de gunstig gerangschikten toegelaten worden op basis van vastgelegde en door beide landsdelen nageleefde quota, zal dit door geen enkele Vlaamse student gecontesteerd worden vermits dit dan geldt voor elke Belgische aspirant-geneeskundestudent.

Dit is geen vraag naar splitsing van de gezondheidszorg, wat graag gebruikt wordt als fake argument om dit probleem op te lossen. Net zoals Wallonië nu zijn eigen regels hanteert, kan binnen de huidige constellatie Vlaanderen het nodige initiatief worden genomen.

Geachte Heer Jambon, als formateur en toekomstig kandidaat minister-resident heeft u beloofd (VRT/VTM nieuws van 12/08/19) om Vlaanderen te laten excelleren. Stop die ongelijkheid, stop met deze Vlaamse jongeren hun toekomst te ontnemen. Geef hen gelijke kansen in ditzelfde land. Hier heeft u alvast een item om uw woorden om te zetten in daden.

Dr. Karel De Crem, huisarts in Aalter

Deze brief werd verstuurd naar de heer Jan Jambon (formateur en toekomstig kandidaat minister-president van Vlaanderen) en naar alle voorzitters van de Vlaamse politieke partijen.

Reacties of opinie? akopinie@roularta.be