Op die verwachting liep ik stuk. Want hoezeer ik met energie op stage verscheen en zoveel mogelijk informatie probeerde op te slorpen, ik had niet het gevoel dat mijn medische kennis zodanig uitbreidde. Het leek alsof ik eerder onnodige details aanscherpte, dan het breder diagnostisch plaatje kreeg. Ik begon te twijfelen aan mezelf. Wat deed ik mis?

Niet zoveel, zo bleek. Mijn stagebegeleiders beloonden me op het einde van de maand steeds met lovende woorden en bleken mijn kennis meer dan bovenmaats te vinden. Mijn vele vragen en nog meer foute antwoorden schenen deze feedback niet in de weg te staan. Doorheen deze eerste zeven stagemaanden heb ik stilaan leren inzien dat onze stages niet enkel draaien rond het vergaren van kennis. We hebben al vijf jaar lang leerstof in ons hoofd zitten duwen. En hoewel het voelt alsof dat via een afvoerputje weer ons verstand is uitgesijpeld, je zou ervan verschieten hoeveel de geduldige, vriendelijke stagebegeleider er weer uitgetrokken krijgt.

Naar mijn aanvoelen ligt daar de essentie van ons stagejaar: het tegenkomen van artsen die je laten zien hoeveel je in je mars hebt. Ik heb het geluk op elke stageplek iemand te mogen ontmoeten naar wie ik opkijk en als een kindje dromerig denk: "zo wil ik ook worden". Iemand die de mens achter de arts durft te laten zien. Iemand die me op het hart drukt dat ik op mijn plek zit hier, binnen de geneeskunde. Iemand die me weer zin doet krijgen in wat me allemaal te wachten staat.

De essentie van ons stagejaar is: artsen tegenkomen die je laten zien hoeveel je in je mars hebt

Zo was er de pediater die me met haar zachtheid tijdens een van mijn meest onzekere stages regelmatig liet weten dat ze onder de indruk was van mijn patiëntenomgang, waardoor ik steeds liever consulten voerde. Er was de gastro-enteroloog die me een snelle, goede denker noemde tijdens mijn eerste stagedag, waardoor ik moed kreeg en vaker luidop durfde redeneren.

Er was de assistent die haar emoties durfde tonen na een zware wacht en haar collega's die haar prachtig bijstonden, waardoor ik weet dat we er niet alleen voor staan tijdens deze geneeskundestruggle. Nog een andere assistent schepte zo hard over me op dat ik wou wegkruipen in een hoekje, maar met zijn bewondering mezelf eens trots liet voelen. Er was de chirurg die naast grote woorden in het operatiekwartier me de meest persoonlijke, lieve en motiverende feedback gaf en me daarmee liet weten dat ik kan worden wat ik wil.

Ik ben bovenstaande artsen ontzettend dankbaar voor hun doorgegeven energie. Het klopt, het is aan ons. Maar het is ook aan u. Welke artsen wij worden, ligt evenzeer in uw handen. We zijn maar de stagiairs op uw dienst, maar we zijn uw toekomstige collega's en u kneedt ons. Ik werd er alvast groter door.