...

De wetenschappers baseerden hun experiment op empirisch onderzoek: bepaalde aandoeningen kunnen heel specifieke geuren teweegbrengen. Een aantal vrijwilligers kreeg een oplossing ingespoten met lipopolysacchariden (LPS), toxines die een immuunreactie kunnen uitlokken, terwijl anderen een gewone fysiologische zoutoplossing kregen. Alle deelnemers droegen nauw aansluitende T-shirts om hun zweet zo goed mogelijk op te vangen. Vier uur na de injectie stelden de Zweedse wetenschappers vast dat de personen die LPS kregen toegediend stoffen hadden ontwikkeld die verbonden zijn met de werking van het immuunsysteem en dat hun temperatuur was verhoogd. Veertig personen moesten vervolgens aan zweetstalen ruiken. Het resultaat was ondubbelzinnig. De flesjes met zweet van besmette deelnemers hadden volgens alle vrijwilligers een sterke, onaangename, misselijkmakende geur. Voor de andere stalen werd daarentegen niets bijzonders opgemerkt. Hieruit kunnen we afleiden dat de menselijke reukzin in staat is een ziekte in transpiratiegeuren op te sporen, al zal onze vriend de hond dat wellicht beter kunnen... (referentie: Psychological Science, 22 januari 2014, doi: 10.1177/0956797613515681)