...

Het Jessa Ziekenhuis heeft al sinds 2008 een preferentieel samenwerkingsverband met het Sint-Franciscusziekenhuis van Heusden, steekt dr. Yves Breysem (algemeen directeur Jessa Ziekenhuis) van wal. "Met het az Vesalius in Tongeren werken we ook al jaren samen op vlak van medische diensten, sinds 2015 kunnen we ook spreken over een preferentiële samenwerkingsovereenkomst op ziekenhuisniveau." Volgens Yves Breysem drong zich stilaan een model op zoals dat van het klinische netwerk om een antwoord te kunnen bieden op de spontane samenwerkingen tussen artsen van verschillende ziekenhuizen die doorheen de jaren zijn ontstaan. "Het laat toe een gemeenschappelijke visie te ontwikkelen om die samenwerkingsverbanden aan te sturen, onder andere wat betreft financiële regelingen."Met het Sint-Trudo Ziekenhuis lopen ook al geruime tijd samenwerkingsverbanden, maar de gesprekken over een eventuele toetreding zijn nog lopende. Eric Christiaens (algemeen directeur az Vesalius): "Op een gegeven moment hebben we in alle transparantie aangegeven dat we met de drie ziekenhuizen alvast verder zouden werken. Het Sint-Trudo Ziekenhuis is welkom om toe te treden op het punt waar we op dat ogenblik staan."Natuurlijk is de trein dan wel al vertrokken. Dat is zo, erkennen de directeurs. Zowat gelijklopend met de andere netwerken wordt er gewerkt aan een medisch-strategisch plan, de governancestructuur en het backoffice-gedeelte. Rudy Poedts (algemeen directeur SFZ) wijst in dit laatste verband op de stappen die in het verleden al zijn gezet met Hospilim, in 2010 uit de grond gestampt om synergiëen te stimuleren onder meer op vlak van aankoopbeleid."Op nog geen enkel moment is trouwens ter sprake gekomen om Hospilim op te doeken", pikt Eric Christiaens in, waarmee hij het thema concurrentie aansnijdt. "Er komen geen chinese walls tussen de netwerken, over netwerken heen zullen ziekenhuizen blijven samenwerken."Om terug te keren op de samenwerkingsgesprekken met Sint-Trudo: de vraag is natuurlijk waarom sommige treinen het station eerder verlaten dan andere. Rudy Poedts: "In de andere artikels in deze reeks merk ik dat telkens dezelfde vraag terugkomt, namelijk waar blijft het wetgevend kader? Vandaag zitten we nog steeds in diezelfde situatie. Sommige ziekenhuizen wachten liever om de stap te zetten tot het kader er daadwerkelijk is. Men wil geen werk verrichten om achteraf opnieuw te moeten beginnen.""De huidige vorm die de financiering aanneemt, belemmert soms de netwerkgedachte", vult Eric Christiaens aan. "Het is duidelijk dat die snel zal moeten aangepakt worden, zodat eventuele koudwatervrees bij sommige ziekenhuizen kan weg ebben." Yves Breysem: "Momenteel moeten we onze creativiteit aanspreken om binnen het wettelijk kader te blijven. Maar op sommige vlakken bots je toch tegen een grens, bepaalde doelstellingen kunnen pas gerealiseerd worden als het financiële kader er is."Tegelijkertijd is het positief dat de ministers de ziekenhuizen van in het begin veel vrijheid hebben gegeven, zo oordelen de gesprekspartners. Een boodschap die overigens doorheen de hele reeks weerklinkt. Eric Christiaens: "De dag dat we ons werk niet goed doen, zal dat blijken uit regels die volgen."Toegankelijkheid zal in die context een belangrijk aandachtspunt worden, denkt Rudy Poedts. "Als een netwerk gezamenlijk beslist om een medische dienst op één plaats te organiseren, dan is het logisch dat die toegankelijk moet zijn." Als dat basisprincipe - dat door beide ministers sterk wordt onderschreven - in het gedrang zou komen, bestaat de mogelijkheid dat er op dat vlak enige regelgeving komt, aldus de ziekenhuisdirecteur.Ander steeds terugkerend thema binnen deze reeks was het topic accreditatie. Al de partners in dit netwerk zijn geaccrediteerd en aangesloten bij hetzelfde accrediteringstraject (NIAZ), een unicum in deze reeks. Yves Breysem: "In 2020/21 moeten de drie ziekenhuizen opnieuw geaccrediteerd worden. Vast staat dat we de komende jaren van elkaar willen leren, om op termijn te streven naar een extra accreditering voor het netwerk."Geen volwaardige afsluiter van de reeks zonder de patiënt ter sprake te brengen. In welke mate leeft het netwerkgebeuren eigenlijk al bij patiënten? Eric Christiaens: "De patiënt kent het netwerkconcept nu voornamelijk in de vorm van doorverwijzingen. Een grote doelstelling naar de toekomst is de patiëntbetrokkenheid vergroten, waar we vandaag al op inzetten met ZOPP Limburg. Hoe beter we daarin slagen, hoe duidelijker het voor patiënten zal worden welke meerwaarde de netwerken bieden voor de kwaliteit van de geboden zorg."In de werkgroep communicatie wordt er gewerkt om het netwerk een gezicht te geven. Ook bij medewerkers leven vragen. Yves Breysem: "Het is onze taak om daar op regelmatige basis een antwoord op te bieden, en ook te kaderen waarom we dit doen. Zo spreken we met de drie ziekenhuizen steeds een gemeenschappelijke feedback en moment af om daarover te communiceren."