...

De 'leidraad' gaat uit van de commissie euthanasie binnen de Orde. Die maakte gebruik van een adviestekst van de Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie en won ook raad in bij de Franstalige tegenhanger daarvan, de SRMMB(*).Euthanasie bij psychiatrische patiënten is een bijzonder geval. Meestal is er geen overlijden binnen "afzienbare tijd" in het vooruitzicht - de makers van de Euthanasiewet koppelden aan deze omstandigheid enkele extra voorwaarden.De Orde vindt dat "zeer grote omzichtigheid" geboden en daarom geeft ze een deontologische interpretatie aan deze extra voorwaarden bij psychiatrische patiënten - gedragsregels die artsen moeten naleven bij toepassing van de wet.Multidisciplinair EuthanasieconsultWanneer een patiënt die "kennelijk niet binnen afzienbare tijd zal overlijden" euthanasie vraagt, moet de arts die gevraagd is de euthanasie toe te passen volgens de wet twee andere artsen raadplegen. Eén arts gespecialiseerd in de aandoening waaraan de patiënt lijdt, en één psychiater.Elk van de artsen moeten het dossier van de patiënt bestuderen, de patiënt onderzoeken en nagaan of er inderdaad sprake is van "aanhoudend en ondraaglijk fysiek of psychisch lijden dat niet gelenigd kan worden".Bij een psychiatrische patiënt die wegens psychisch lijden om euthanasie vraagt, zullen dus twee psychiaters gevraagd worden hun bevindingen op papier te zetten.De Orde stelt als bijkomende eis dat de betrokken artsen ook samenkomen en een gezamenlijk verslag opstellen. Ze houden een soort multidisciplinair consult. Daarbij worden ook andere zorgverleners die regelmatig contact hebben met de patiënt betrokken.UitbehandeldOf de medische toestand 'uitzichtloos' is, is moeilijk vast te stellen bij een psychiatrische patiënt. De evolutie van een psychische aandoening is lastig te voorspellen. De patiënt moet in ieder geval uitbehandeld zijn - dat wil zeggen dat elke evidence-based behandeling die in aanmerking komt, moet uitgeprobeerd zijn.Net zoals de VPP vindt de Orde dat, wanneer een patiënt een EB-behandeling weigert, hij ook niet meer in aanmerking komt voor euthanasie. De Orde pleit wel voor redelijkheid bij toepassing van deze regel. Die mag niet uitmonden in een soort van therapeutische hardnekkigheid: "Het redelijk aantal te volgen behandelingen is begrensd."Jaren, niet maandenDe wet vereist dat er minstens één maand moet verlopen tussen het euthanasieverzoek en de uitvoering ervan. Maar de wet vereist ook dat de arts zich ervan moet vergewissen van het aanhoudend karakter van het lijden en van de duurzaamheid van het euthanasieverzoek.De gesprekken met de patiënt over euthanasie moeten over voldoende tijd gespreid zijn, vindt de Orde. Het beoordelen van het duurzame karakter van het euthanasieverzoek van een psychiatrische patiënt vereist een lange opvolgperiode, want de evolutie van de aandoening en van de uitzichtloosheid van de situatie is erg onvoorspelbaar.Omgeving van patiëntDe arts spoort de patiënt aan zijn familie en intieme kring bij het verzoek te betrekken - tenzij die goede redenen heeft om dat niet te doen. De arts moet de autonomie van de patiënt afwegen tegen de belangen van anderen die mogelijk geschaad kunnen worden door de euthanasie.Gesprekken met de omgeving van de patiënt kunnen tevens belangrijk zijn om het bestaan van externe druk in te schatten.HandelingsbekwaamDe patiënt moet 'handelingsbekwaam' zijn op het moment van het onderzoek - dat is een juridisch begrip, geen klinisch begrip zoals 'wilsbekwaam'. Een vrederechter zal in de regel mee oordelen over de handelingsonbekwaamheid van de patiënt.GewetensbezwarenAls een arts bezwaren heeft tegen het inwilligen van het euthanasieverzoek, brengt hij de patiënt of diens vertrouwenspersoon daarvan op de hoogte. Hij licht ook zijn redenen toe.Bij een gewetensbezwaar verwijst hij de patiënt door naar een andere arts om het verzoek te beoordelen. Medische bezwaren noteert de arts in het dossier. Wanneer hij de patiënt doorverwijst, maakt hij ook het dossier over.Klik hier voor de volledige tekst van het advies.(*) Société Royale de Médecine Mentale de Belgique