...

Het federale regeerakkoord bepaalt dat in overleg met de belanghebbenden de groei van de ereloonsupplementen zal worden "gereguleerd, gestabiliseerd en vervolgens afgebouwd, waarbij een verschuiving naar de extramurale setting maximaal zal worden vermeden." De collectieve overeenkomst betreft enkel de stabilisering, de regulering en afbouw van supplementen vergt een wettelijke regeling.Artikel één van de collectieve overeenkomst bepaalt dat de maximumtarieven voor ereloonsupplementen in een individuele kamer tot en met 30 april 2023 niet hoger mogen liggen dan de maximumtarieven vastgesteld in de algemene regeling van de rechtsverhoudingen tussen artsen en ziekenhuizen van het betrokken ziekenhuis op 12 mei 2022. De toelichting bij de collectieve overeenkomst verduidelijkt nog dat de maximumtarieven van toepassing zijn op geconventioneerde en niet-geconventioneerde artsen.Artikel 2 stelt dat de afdrachten van de erelonen voor het dekken van kosten veroorzaakt door medische prestaties en die niet vergoed worden door het ziekenhuisbudget ongewijzigd blijven tot en met 30 april 2023. Dit compenseert het stabiliseren van de ereloonsupplementen.De toelichting verduidelijkt de finaliteit van deze bepaling als volgt: "verhinderen dat de stabilisering van geldende maximumtarieven voor ereloonsupplementen automatisch zou leiden tot bijkomende afhoudingen op de erelonen". Diezelfde toelichting voegt er nog aan toe 'dat de invoering van de 'stand-still' (lees: stabilisering) inzake afdrachten geenszins beoogt de goede werking van de ziekenhuizen te belemmeren noch om de co-governance tussen artsen en ziekenhuizenbeheerders -inzonderheid met betrekking tot medische innovatie en investeringen- te fnuiken'.Mogelijke verlenging tot 31 december 2023Artikel 3 bepaalt dat de overeenkomst door de nationale commissie na evaluatie kan worden verlengd tot 31 december 2023.In de toelichting bij de overeenkomst neemt de nationale commissie kennis van de vraag van de vertegenwoordigers van de artsen om uiterlijk tegen 31 december 2022 uitvoering te geven aan de bepalingen van artikel 155, § 3 van de ziekenhuiswet. Dat artikel geeft de Koning de bevoegdheid om de kosten op te sommen waarmee rekening wordt gehouden bij het bepalen van de afdrachten en normen voor de aanrekening van die kosten.