De dienst stelt vast dat bijna de helft van klachten die zij te behandelen kreeg, betrekking hadden op 'tandheelkunde'. Volgens de dienst valt dit deels te verklaren door 'het beperkt aantal instanties voor klachtenbehandeling in de tandheelkunde' (blz. 62). Om daaraan te verhelpen beveelt de dienst al vijftien jaar aan om een Orde van tandartsen op te richten, weliswaar "een orde in de moderne betekenis van het woord...een instantie die bijdraagt tot het verzekeren van het respect voor de patiënt".

Het getuigt niet van veel realiteitszin om gedurende 15 jaar te blijven pleiten voor een zo goed als verloren zaak

De dienst lijkt ervan uit te gaan dat er bij haar minder klachten over de 'geneeskunde' binnenkomen omdat er voor artsen een Orde bestaat. Daarvoor bestaat echter geen enkel bewijs. Integendeel, ondanks het aandringen van de Orde der artsen zelf bij de uitvoerende en de wetgevende macht met het oog op een ernstige hervorming van deze Orde, is daar tot nu toe niets van in huis gekomen.

De Orde der artsen is (nog) geen orde in de moderne betekenis van het woord. Het parlement is duidelijk verdeeld over deze kwestie. De dienst verwijst naar een wetsvoorstel dat tijdens de afgelopen legislatuur werd ingediend met het oog op de oprichting van een Vlaamse Orde van tandartsen. Maar tijdens die legislatuur werd evengoed een wetsvoorstel ingediend om de Orde der artsen en van apothekers op te heffen, en dus zeker geen Orde van tandartsen op te richten. Het getuigt niet van veel realiteitszin om gedurende 15 jaar te blijven pleiten voor een zo goed als verloren zaak.

Het groot aantal klachten over de 'tandheelkunde' bij de dienst wijst zonder twijfel op een probleem. Het lager aantal klachten over de 'geneeskunde' (huisartsen meer bepaald) wijst in de richting van de oplossing van dit probleem. Met klachten over het niet respecteren van de rechten van de patiënt door artsen of andere gezondheidszorgbeoefenaars zoals verpleegkundigen, paramedici en klinisch psychologen verbonden aan een ziekenhuis, kunnen patiënten terecht bij de laagdrempelige ombudsdienst verbonden aan ziekenhuizen.

Een patiënt met een klacht over een extramuraalwerkende gezondheidszorgberoepsbeoefenaar moet zich wenden tot de Federale Ombudsdienst in Brussel. Dat was nochtans niet de bedoeling van de wetgever toen in 2002 de Wet op de rechten van de patiënt werd goedgekeurd. Ook voor die klachten moet een laagdrempelige ombudsfunctie worden ingericht. Nu ziekenhuizen steeds meer structureel vervlecht geraken met zorg en welzijn op de eerste lijn, zou men eraan kunnen denken om de ziekenhuisombudsdiensten om te vormen tot ombudsdiensten die bevoegd zijn voor klachten over alle gezondheidzorgbeoefenaars. In Vlaanderen zouden die kunnen functioneren op het niveau van een eerstelijnszone.