...

Dat staat te lezen in de laatste Blikvanger, die de dringende medische hulpverlening onder de loep neemt. Deze serie publicaties van de FOD Volksgezondheid belicht telkens een sector van de gezondheidszorg, met heel wat cijfermateriaal. Het oproepnummer 1733 kwam de voorbije periode minder vaak in de actualiteit. Maar stil ligt het project niet. De vierde editie van het Belgisch Handboek voor de Medische Regulatie (*) omvat tegenwoordig ook de huisartseninterventies meer in detail. De operator van de noodcentrale kan niet alleen een ambulance, PIT of MUG (met ambulance) inschakelen maar kan ook de huisarts dringend (dat is, binnen de 2 uur) ter plekke laten komen. Daarnaast kan de operator de persoon die een oproep doet, doorverwijzen naar de wachtdienst (huisartsenwachtpost) of - als het probleem niet dringend blijkt en op voorwaarde dat de klachten niet verergeren - naar het gewone spreekuur van de huisarts. In 270 Belgische gemeenten komen oproepen voor de huisartsenwachtdienst naar het nummer 1733 terecht in de 112-centrales. Daar worden ze afgehandeld volgens de protocollen uit het handboek en 'gereguleerd' volgens de zonet beschreven mogelijkheden.Het 1733-nummer is volgens de Blikvanger wel al beschikbaar in 503 van de 581 Belgische gemeenten. Maar niet in alle gemeenten worden de oproepen naar dit nummer doorgeschakeld naar een 112-noodcentrale. Er zijn nog steeds niet genoeg operatoren opgeleid om voor het hele grondgebied een uniforme telefonische triage beschikbaar te stellen. Nog in 233 gemeenten worden de oproepen naar het 1733- nummer automatisch doorgeschakeld naar de lokale huisartsenwachtdienst. Ook niet alle noodcentrales handelen overigens al 1733-oproepen af. Die komen nog steeds allemaal terecht in vier van de tien noodcentrales, die van Brugge of Leuven voor Vlaanderen - van Bergen of Aarlen in het Franstalige landsgedeelte. In 2019 vonden er in heel België 135.880 interventies plaats door een Medische Urgentiegroep (MUG). Daarnaast werd een MUG ook 4.122 keer ingeschakeld bij een transport van een patiënt van één ziekenhuis naar een ander. Het aantal MUG-interventies nam op 10 jaar tijd toe met 37%. Maar als je ook rekening houdt met de aangroeiende bevolking houd je nog een toename over van 28%. Voor 2020 zijn geen cijfers over het aantal MUG-interventies beschikbaar, want de registratie werd op 1 maart van dat jaar stopgezet om handen vrij te maken voor de coronacrisis. Voor 2020 zijn er dan juist wel cijfers beschikbaar voor het aantal interventies met ambulances. Dat waren er 610.952, inclusief 7.519 gevallen van transport van patiënten tussen ziekenhuizen. Samen met een MUG rukt meestal een ambulance uit: het MUG-team met urgentiearts en urgentieverpleegkundige verplaatst zich maar vervoert zelf geen patiënten. 48% van de MUG-interventies gebeurde in Vlaanderen, tegenover 14% in Brussel en 38% in het Waalse gewest. Maar berekend volgens het aantal inwoners wordt de MUG het minst in Vlaanderen gebruikt: daar vonden er per 100.000 inwoners 960 interventies plaats - in Brussel waren het er 1.511 en in Wallonië 1411. Van de 84 'MUG-functies' in België zijn er 44 op een ziekenhuiscampus in het Vlaamse Gewest gevestigd. In Vlaan-deren heb je 0,66 MUG per 100.000 inwoners, in Brussel 0,65 en in Wal-lonië 0,91. Wallonië lijkt dus beter bedeeld - maar de dringende hulpverlening heeft er ook af te rekenen met langere rijtijden. Twee van de 84 'MUG-functie's' beschikken over een helikopter: één daarvan staat in Brugge, de andere in Luik. Een ziekenhuis krijgt voor het herbergen van een MUG iets minder dan 320.000 euro (in het Budget Financiële Middelen). Dat kost de overheid alles tezamen 26 miljoen euro. Daar kwam in 2020 nog eens 8 miljoen euro honoraria bovenop voor prestaties die de MUG's aan het Riziv factureerden. PIT's zijn veel dunner gezaaid dan MUG's. Er zijn er in heel België 24, waarvan de helft in Vlaanderen. In Vlaanderen heb je 0,18 PIT per 100.000 inwoners - voor de twee andere gewesten is dat 0,25. PIT's lopen op proef, de bedoeling is er de meerwaarde van te evalueren. Anders dan met een gewone ambulance rijdt met een PIT (Para-medisch Interventieteam) ook een (gespecialiseerde) verpleegkundige mee. De PIT-ambulance beschikt daarom ook over meer uitrusting. De verpleegkundige wordt vanop afstand gecoacht door een arts. Omdat het aantal proefprojecten vast blijft, zijn er wel wat ziekenhuizen die op eigen initiatief verpleegkundigen gaan meesturen met een geüpgrade ambulance, signaleert de Blikvanger.