In deze berichten waarschuwen instanties over de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen. Horen dat schadelijke en kankerverwekkende stoffen aanwezig zijn in een product is voor het brede publiek bijna hetzelfde als horen dat je er sowieso kanker van krijgt. Dat is begrijpelijk, maar dat is niet noodzakelijk zo. De aanwezigheid van een gevaarlijke stof houdt niet altijd een risico in voor de gezondheid.

In deze column wil ik duiding geven bij deze moeilijke en helaas vaak ook onduidelijke risicocommunicatie aan de hand van twee voorbeelden die recent de media haalden. Leest u even mee:

Voorbeeld 1: slijm

"We hebben 10 slijmproducten getest na berichten over slijm met schrikbarend hoge gehaltes boor (borium). Helaas vonden we bij 3 producten een te hoog gehalte aan boor. Op lange termijn is boor mogelijk schadelijk voor de vruchtbaarheid."

Voorbeeld 2: luiers

"Anses stelt na een laboratoriumonderzoek van de 23 meest courante wegwerpluiers vast dat de gezondheidsdrempels voor meerdere chemische stoffen overschreden worden."

Of stoffen ook werkelijk een gezondheidsprobleem zullen vormen, hangt af van de gemeten hoeveelheden, de concentratie, de manier van opname in het lichaam,... Dat weten we al sinds de 16e eeuw. Paracelcus (een Zwitserse arts, die algemeen beschouwd wordt als de vader van de toxicologie) formuleerde het als volgt: "Sola dosis facit venenum", de dosis maakt het gif.

Zonder informatie over de gemeten concentratie is het dus haast onmogelijk om in te schatten of er een reëel gezondheidsprobleem bestaat. We zijn vandaag de dag in staat om met uiterst gevoelige methodes verschillende stoffen te meten in bijzonder lage concentraties. Dàt we iets gevonden hebben, wil dus niet zeggen dat het voor problemen zal zorgen.

Voorbeeld 1: slijm

"In alle landen werden meerdere producten aangetroffen met een te hoog gehalte aan boor. Op de lange termijn is boor mogelijk schadelijk voor de vruchtbaarheid en het kan schade toebrengen aan het ongeboren kind. Het is op korte termijn al gevaarlijk bij hoge concentraties. Het kan irriteren bij inademing, bij inslikken en bij contact met huid en ogen. Het kan diarree, braken en krampen veroorzaken."

Echt geruststellend lijkt deze communicatie dus niet, ook al is hier een verwijzing naar "hoge concentraties". Maar wat is dan een hoge concentratie? In de nieuwsberichten over gevaarlijke stoffen wordt zelden duidelijk vermeld wat het werkelijk risico is bij de mens: dat terwijl die informatie net heel belangrijk is om een juiste inschatting te kunnen maken.

Voorbeeld 1: slijm

"Slijm is niet altijd veilig, zeker niet voor jonge kinderen onder de 6. Drie van de 10 producten die wij onderzochten bevatten 3 tot 6 keer zoveel boor als toegestaan volgens de speelgoednormen. Het gevaar is met name groot wanneer slijm in de mond komt."

De verwijzing naar het al dan niet overschrijden van de norm geeft al een indicatie, maar toch weet je ook nog niet wat nu exact het probleem is wanneer die norm wordt overschreden. Daarom is het belangrijk dat autoriteiten uitleggen wat de norm is en hoe je die moet interpreteren. Mensen willen weten of ze door contact met het product ziek zullen worden of niet én hoe groot die kans precies is. Door de grootte van het risico te kennen, kunnen ze ook beslissen of ze er iets willen aan doen.

Horen dat een product schadelijke en kankerverwekkende stoffen bevat is voor het brede publiek bijna hetzelfde als horen dat je er sowieso kanker van krijgt

Het maakt wel degelijk een verschil of jouw risico op kanker dubbel zo hoog wordt, t.o.v. een verhoogd risico met een kans van 1 op 100.000.

Even terug naar het voorbeeld van de luiers. De communicatie van het Belgische FOD Volksgezondheid is een mooi voorbeeld van hoe de boodschap wél duidelijk en helder gebracht kan worden:

Voorbeeld 2: luiers

"... Er zijn sporen teruggevonden in sommige luiers, maar in concentraties die 1000 maal onder de Europese limietwaarden liggen. Een nauwkeurige kwantificatie van 20 stalen -van grote merken, huismerken en eco-merken- toonde dat in sommige luiers ook sporen zaten van stoffen zoals ftalaten, nonylfenol, dioxines en glyfosaat. Deze stoffen houden een risico in als ze in een bepaalde hoeveelheid voorkomen. De analyses toonden concentraties van 1 tot 4 mg/kg of 0.0004% in massa voor de hoogste concentratie. Dit komt overeen met een suikerklontje dat wordt opgelost in 1000 liter water of vijf tot de rand gevulde badkuipen."

Mooi hier is de vergelijking met de suikerklontje en badkuip, waardoor we ons een beeld kunnen vormen van de gemeten concentratie en de mogelijke impact op de gezondheid. Ondanks de aanwezigheid van schadelijke stoffen, zie je dat autoriteiten vaak oproepen om de producten minder te gebruiken of om de blootstelling te beperken. Weinig concreet dus.

Tegelijk, om mensen niet te verontrusten (die vaak reeds vele jaren het product gebruikt hebben), wordt in dezelfde communicatie gemeld dat er geen risico is voor de (volks)gezondheid. Dit is voor mensen helemaal niet te vatten, komt tegenstrijdig over en wekt vooral wantrouwen op. De communicatie van Anses is hier een mooie illustratie van:

Voorbeeld 2: luiers

"Wetende dat een kind ongeveer 4.000 luiers draagt in zijn eerste drie levensjaren, overschrijden die stoffen de gezondheidslimiet. De toezichthouder beklemtoont desondanks dat er geen harde bewijzen zijn dat het dragen van wegwerpluiers schadelijke effecten heeft op de gezondheid van het kind, maar denkt wel dat er een risico bestaat. De Franse minister van Volksgezondheid verklaart dat hij de ouders wilde geruststellen."

Je bent misschien gerustgesteld omdat er geen harde bewijzen voor gezondheidsproblemen zijn, of omdat de woorden van de minister je hebben overtuigd (dat laatste lijkt weinig waarschijnlijk als ik de resultaten van een Europese studie mag geloven).

Maar wellicht ben je, net als menig ouder, eerder ongerust, want je hebt gelezen dat er gevaarlijke stoffen zijn gevonden. Probleem is dan: wat doe je eraan of wat kan je eraan doen? Geen luiers meer aandoen of op zoek gaan naar alternatieven? Vraag is ook of het sop de kolen wel waard is: als je je kinderen geen luiers meer laat dragen, hoe groot is dan de gezondheidswinst of de verminderde kans op een later gezondheidsprobleem?

Anses heeft het antwoord hierop niet gegeven, maar roept de fabrikanten wel op om stoffen niet meer te gebruiken, of ze alleszins tot het absolute minimum te beperken, en vraagt bovendien een strengere reglementering. Hier lijkt de boodschap eerder gericht naar de fabrikanten. Niet onbelangrijk om ook even na te gaan wat het doel is van de communicatie, en naar welke doelgroep deze gericht wordt.

Een belangrijke stap in dergelijk bericht is om te kijken naar wie het bericht gericht is (kan naar de consument zijn, of ook nog de industrie of politiek) en om op zoek te gaan naar het concreet advies waarmee je aan de slag kan. De zogenaamde call to action.

Voorbeeld 1: slijm

"Kinderen mogen slijm of putty tijdens of na het spelen niet in hun mond stoppen. Let op dat ze geen open wondjes aan hun handen hebben. Laat ze na het spelen goed hun handen wassen."

Bij de communicatie over het slijm is het advies dus helder: "Gebruik deze drie producten niet" en bovendien geeft de consumentenbond concrete tips hoe je wel veilig kon slijm maken met je kind.

De voorbeelden illustreren dat het voor een goed begrip belangrijk is om naast de gemeten concentraties van gevaarlijke stoffen ook een inschatting te hebben over de grootte van mogelijke gezondheidseffecten en wat je als lezer er ook concreet kan mee of aan doen.