Een bevreemdende situatie: de arts-assistent is een werknemer van het ziekenhuis, maar de werkgever heeft het recht om de assistent niet als volwaardige werknemer te herkennen. In welke andere sector laten jonge werknemers zoiets ongemoeid aan zich voorbijgaan? In vergelijking met buurlanden als Nederland en Duitsland blijkt de Belgische arts-assistent er inderdaad maar bekaaid vanaf te komen. Geen collectieve arbeidsovereenkomsten, geen pensioenopbouw, onvolledige sociale rechten. Het Belgische pendant, het 'sui generis-statuut' is een archaïsche constellatie, die bijzonder hardnekkig blijft voor enige wil tot hervorming.

Hoog tijd dat we artsen in opleiding als meer beschouwen dan enkel een werknemer light

Het is waar dat artsen in opleiding een dubbele rol hebben: ze leren en ze werken. Deze dualiteit wordt vaak als argument aangehaald om het sui generis-statuut te verdedigen. Dat arts-assistenten aanwezig zijn op de stageplaatsen komt echter zeker niet alleen hun eigen carrière ten goede. Arts-assistenten vormen de kleine radertjes die de ziekenhuismachine helpen draaien.

Als assistent had ik de indruk dat ik volwaardig deel kon uitmaken van de equipe in het ziekenhuis. Ik nam, zoals van een goede werknemer mag verwacht worden, mijn verantwoordelijkheden op, zowel tijdens de dagshifts als voor de wachtdiensten. Mijn aanwezigheid was nodig voor het vlot verlopen van de dienstverlening aan de patiënten.

Natuurlijk bestaat er bij arts-assistenten een leercurve, waardoor er een startende assistent minder breed inzetbaar is dan een laatstejaars. Maar bestaat een gelijkaardige leercurve niet ook voor startende werknemers in andere sectoren?

Het wordt hoog tijd dat we de artsen in opleiding als meer beschouwen dan enkel een werknemer light. Een duurzame en drastische hervorming mag niet langer op zich laten wachten.

Reacties of opinie? akopinie@roularta.be