Op 2 december is er in Katowice Polen een klimaattop gestart. Recent is immers gebleken dat de in Parijs bedongen afspraken om de opwarming van de aarde te beperken tot 1.5°C onvoldoende resultaat opleveren, en dat we deze eeuw nog afstevenen op een opwarming van tussen de 3 en 5°C met alle gevolgen hiervan en dat bijgevolg bijkomende maatregelen noodzakelijk zijn.

Voor mij zijn dit twee dossiers die in essentie gaan over de vaststelling van een actueel probleem waarvoor een plan van aanpak nodig is om de toekomst te vrijwaren. Mits ik geen klimaatexpert ben zal ik het aan anderen overlaten om dit wereldwijd probleem aan te pakken. Ik kan maar hopen dat de roep van de jongeren, de generaties die de gevolgen aan den lijve zullen ondervinden, gehoor krijgt bij het establishment, establishment dat in een behoudsgezinde modus de toekomst als blinde vlek meedraagt.

De fundamentele ongelijkheid in artsenlonen is onhoudbaar en gijzelt de jongere generatie artsen

En daar ligt de symmetrie met het dossier artsenlonen. Alhoewel het dossier van de krant De Morgen aan alle kanten rammelt qua methodiek en qua conclusies, is er één pijnpunt dat onmiskenbaar juist is: er is een niet te houden discrepantie tussen de lonen van de verschillende artsen.

Deze fundamentele ongelijkheid is onhoudbaar en gijzelt de jongere generatie artsen in opleiding die nu de bakens van hun toekomst aan het uitzetten zijn. Wij moeten luisteren naar al deze jongeren die zich met hart en ziel aan het inzetten zijn voor een opleiding tot arts, huisarts of arts-specialist maar voor wie naast inhoud ook levenskwaliteit en inkomen een rol spelen.

We zijn al jaren aan het vaststellen dat er een onhoudbaar verschil is in de verloning van professionals. Allemaal hebben ze een lange en moeilijke opleiding doorgemaakt en allemaal dragen ze een zware verantwoordelijkheid op hun schouders om in naam van de gemeenschap die daarvoor de middelen voorziet, te zorgen voor de gezondheid en het welbevinden van haar bevolking.

Als we dit systeem voor de toekomst willen veranderen, dan moeten we daar nu het plan voor opmaken

Alle artsen dragen daar op hun manier toe bij en alle artsen verdienen daarvoor een rechtvaardige vergoeding. En dat moet zeker geen gelijke vergoeding zijn maar verschillen met een factor 5 zijn onaanvaardbaar.

Als we dit systeem voor de toekomst willen veranderen dan moeten we daar nu het plan voor opmaken. Net zoals bij de klimaatverandering kan je niet morgen fabrieken beginnen te sluiten want dan stopt de economie. Je moet wel morgen fabrieken verplichten om een plan voor te leggen om progressief anders te gaan werken en bijvoorbeeld maatregelen te nemen om tegen 2030 klimaatneutraal te zijn.

Je kan dus morgen geen nieuwe financiering starten. Vele collegae hebben hun leven ingericht op hun huidig inkomen en morgen dat inkomen halveren creëert voor deze collegae problemen van bijvoorbeeld niet meer kunnen tegemoetkomen aan de financiële verplichtingen die ze hebben. Dus geen revolutie maar wel een evolutie.

Vandaag is er nood aan een plan dat ervoor kan zorgen dat de ongelijkheid tussen de lonen over 10 jaar niet meer met een factor 5 maar hooguit een factor 2 bedraagt met een stevige basissokkel. Als we met dit plan vandaag niet starten zullen we over 10 jaar nog steeds dossiers over artsenlonen in kranten zien verschijnen waar gesteld zal worden dat er een niet uit te leggen verschil is tussen het loon van een hartchirurg en dat van een geriater.

De chronische tekorten aan huisartsen, geriaters, psychiaters en kinderpsychiaters hebben een directe link met de inkomensongelijkheid tussen artsen

Dit is ook noodzakelijk om de zorg voor de bevolking in de toekomst te vrijwaren. De chronische tekorten aan huisartsen, geriaters, psychiaters en kinderpsychiaters hebben een directe link met de inkomensongelijkheid tussen artsen. Door vandaag een plan te hebben om over 10 jaar een eerlijker verdeling van de middelen te krijgen zullen we studenten die vandaag de basisopleiding arts gestart zijn goesting doen krijgen om ook in deze knelpuntspecialisaties geïnteresseerd te zijn.

Ook al proberen we de zorg te plannen door contingenten na te streven van 40% huisartsen en 60% specialisten, zolang we niet aan de financiering werken blijven we jongeren de verkeerde richting uitsturen. Vandaag zit er een buffer aan gynaecologen, chirurgen, radiologen, nefrologen... in opleiding die morgen in geen enkel ziekenhuis aan een job zullen geraken en veroordeeld zijn om na 11 tot 13 jaar opleiding werkeloos toe te zien of zich te herscholen. Zij zullen aan de onderkant van de ladder komen en vijf keer minder verdienen dan de minst betaalde arts zodat er een verschil met factor 25 ontstaat in de verloning van mensen met hetzelfde diploma.

Het is net zoals bij het klimaat, vijf over twaalf en als we vandaag niet ingrijpen met een plan voor morgen dan dragen wij een zware verantwoordelijkheid op onze schouders, het welzijn van de mensen van morgen staat hier op het spel, zowel bij het klimaat als bij de artsenlonen.

Het is net zoals bij het klimaat, vijf over twaalf

Het model van morgen moet dringend voorbereid worden door de overheid, de artsen en de ziekenhuizen, we moeten dringend de documenten over de herijking van de nomenclatuur van onder het stof halen en actualiseren. Het huidig financieringsmodel is een uitgewoond huis dat onhoudbaar is voor alle betrokkenen maar vooral voor de maatschappij.

Hierbij moeten de voordelen van het huidige model met vlotte toegankelijkheid en goede kwaliteit van zorg verzoend worden met een eerlijke basisverloning voor iedereen en variatie in functie van persoonlijke drive en inzet met kwaliteit als doel. De goede leerling moet beloond worden voor zijn of haar inspanningen, dus een incentive on top of moet mogelijk zijn, maar mag niet gebaseerd zijn omdat je toevallig tot die groep behoort die de betere nomenclatuur heeft.

Als verantwoordelijke voor de opleiding van de artsen van morgen is dit een oproep aan iedereen die vandaag mee beslist over de geldstromen in de gezondheidszorg van morgen om dringend rond de tafel te gaan zitten en een kwalitatief model van financiering van artsen voor 2030 voor te bereiden.