...

Aan de eerste covidbarometer namen in Vlaanderen en Brussel van eind maart tot eind mei bijna 8.000 huisartsen deel. Nogal wat praktijken deden dit op zeer geregelde basis. De tweede versie van de covidbarometer, die normaal tot eind maart 2021 zal lopen, mikt op nog ruimere en actievere participatie. De bevraging is gerichter - de arts moet een 6 à 7 cijfers invullen in een e-form. Dat gaat voornamelijk over het aantal keer dat bepaalde diagnoses gesteld zijn die dag: van 'bevestigd covid-19' tot 'acute luchtweginfecties'. De huisarts moet niet zelf gaan tellen. Een algoritme binnen zijn elektronisch medisch dossier voert een audit uit en hoest de cijfers op. De arts zet ze over in een e-form, verstuurt de e-form en klaar is kees. Dat duurt een goede minuut. En de huisarts krijgt behoorlijk wat in de plaats, verzekert professor Bert Vaes van het Academisch Centrum Huisartsgeneeskunde in Leuven. Hij zette zijn schouders onder de totstandkoming van dit nieuwe project - zoals hij dat eerder deed voor de eerste barometer. De dagelijkse coördinatie van de covidbarometer 2.0 berust bij Sciensano. Dat betekent dat de resultaten van de covidbarometer ook worden meegenomen in dagelijkse rapporten van Sciensano. De huisartsen spelen al zolang de pandemie duurt een zeer belangrijke rol in de bestrijding ervan. Maar dat bleef veelal onder de radar. De ziekenhuizen kwamen dagelijks in de kijker: minstens wanneer de media de cijfers over het aantal opnamen die dag vernoemen. De activiteit binnen de huisartsenpraktijken zal voortaan ook in de dagelijkse rapportering duidelijk in beeld komen. De bedoeling van de covidbarometer is tevens om systematiek in het gebruik van het EMD aan te moedigen. Bij de rapportering wordt als laatste cijfer gemeld welk percentage van de gestelde diagnosen van die dag 'gecodeerd' werd. De huisartsen krijgen feedback over hun resultaten. Ze kunnen zich vergelijken met andere praktijken. Vorige week maandag 14 september werd de covidbarometer ook aan de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen voorgesteld. Het project werd positief onthaald - alle artsensyndicaten schaarden er zich achter. Het Riziv verbindt aan deelname een financiële incentive, die tot 800 euro kan bedragen.